De columns van Christian Oerlemans

Oud-reclameman (o.a. Even Apeldoorn Bellen) en auteur van thrillers, romans, kunst- en reclameboeken en gedichten.

Juni 2018

‘Vechten tegen Kanker’, hoe doe je dat?

Als ik mij ergens aan erger dan is het wel peptalk. Ik bedoel die opgepepte vechtverhalen van mensen die de ziekte zogenaamd te lijf gaan. Velen worden hiermee ongelukkig gemaakt, omdat ze niet zo ‘vechtlustig’ zijn. En zich dus schuldig voelen. En denken dat ze daardoor zieker worden. Of sneller doodgaan. Bij de Moerman Vereniging, bijvoorbeeld, zijn ze dol op dit soort verhalen. Je proeft een onderhuidse vijandigheid tegen de reguliere geneeskunde. Jarenlang was ik lid, maar uiteindelijk werd ik er ziek van.

Ik heb prostaat kanker en schreef er een boekje over: ‘MANNEN je sluipmoordenaar heet testosteron’. Best een leuk boekje. Simon Horenblas van het AvL schreef het voorwoord en had het over ‘een tocht over het prostaatkankerpad, geen snelweg blijkbaar maar een kronkelig pad met afgronden en af en toe geteisterd door noodweer…’ Leuk is het natuurlijk niet echt, maar ik wil met nadruk zeggen: mijn leven heb ik niet veranderd nadat ik kanker kreeg en ik ben bereid om er openhartig en relativerend over te praten. Wat kun je zelf doen? Doorgaan met léven. Paniek in de tent Mijn eerste tumor kreeg ik niet in de prostaat, maar in mijn rechterwang (2002). Er was sprake van onmiddellijk opereren.

Paniek in de tent

Twee vrouwen, mijn ex-echtgenote en mijn vriendin (nu echtgenote) wilden de palliatieve zorg op zich nemen. Schattig natuurlijk, maar ik zette vraagtekens bij de operatie die mijn halve gezicht kon lamleggen. Uiteindelijk ging ‘t niet door. Middel zou erger zijn dan de kwaal. Afwachten werd het devies. Met een dikke wang valt te leven. Nee, ook toen niet ‘gevochten’, eerder gewoon geaccepteerd. Zeker weten dat ik er niet aan dood zou (wilde) gaan. Geloven in je eigen inwendige kracht, de vlam in jezelf. Kanker is een sluipmoordenaar. Tumoren weten je immuunsysteem voor de gek te houden, omdat het gaat om ‘lichaamseigen weefsel’. De omschrijving heb ik van professor Schouwenburg van het AMC, inmiddels alleen nog actief met zijn collectie oldtimers. Ik zeuren en aandringen, verdorie toch een rare bult. Hij geruststellend: ‘maakt u zich geen zorgen, het is lichaamseigen weefsel’. Uiteindelijk ben ik naar het AvL gegaan. En ja hoor; tumor.

Mijn cellen zijn in de war. Hoe dit komt? Daar zijn we nog steeds niet achter, hoewel ‘voeding’ een rol speelt, in deze opvatting was Moerman zijn tijd vooruit. Dus nog meer opletten met eten. En ja, ook met drinken. En vechten natuurlijk. (wordt vervolgd)‘

(gedicht)
De MRI Scan

De wetenschap heeft vastgesteld
Er groeit iets in mijn hoofd
Dat er niet hoort
De negatieven wijzen uit
Zo duidelijk groen omlijnd
Wat er niet hoort
Voor mijn klachten zo gering
De oorzaak veel te groot
Uiteindelijk opgespoord.  

De wetenschap is machteloos
Het groeit daar maar gestaag
Als gras in groene wei.
Gemeenlijk is de groei gezond
Waarvoor men God aanroept
Maar niet bij mij
Mijn gras blijkt oncologisch kruid
Waartegen niets gewassen is
O dank u Deus Rei  

De wetenschap heeft vastgesteld
Je kunt er niet mee leven
Althans niet lang
Het onheil groeit onstuitbaar voort
Verwoest mijn dagelijks denken
Het hart soms bang
De fotofinish is in zicht gekomen
Groen de grenzen van mijn leven
Waar aan ik hang.  

Loosdrecht 22 september 2002