Maart 2017 Nr. 22: Pijn bij kanker

Pijn komt vaak voor bij patiënten met kanker. Tijdens de diagnose komt matige tot ernstige pijn voor bij 30-40% van de patiënten met kanker. Tijdens de behandeling neemt dit toe tot 70% en in het laatste stadium zelfs tot 90%.

Pijn ontstaat als volgt:

• Er ontstaat een pijnprikkel, bijvoorbeeld omdat een tumor op een zenuw drukt.
• Deze pijnprikkel gaat via de zenuwbanen naar de hersenen.
• U voelt pijn.

Iedereen ervaart pijn op een andere manier. Alleen u weet wat u voelt. U ervaart de gevolgen ervan in uw dagelijks leven.

Behandeling kan de pijn meestal verminderen of draaglijk(er) maken. Hierdoor kunt u vaak toch weer van alles ondernemen. Als de pijn niet goed onder controle is, dan heeft dit negatieve invloed op het dagelijkse functioneren en de kwaliteit van leven.

Factoren die van invloed zijn op pijn

Verschillende factoren hebben invloed op de pijn en de pijnbeleving:
• lichamelijke klachten
• kennis en begrip van de oorzaak en de betekenis van de pijn
• psychologische factoren zoals gevoelens van boosheid, angst of depressie
• sociale factoren zoals eenzaamheid, familieomstandigheden, woon- en werkklimaat
• levensbeschouwelijke of spirituele factoren zoals godsdienst
• culturele factoren

Inzicht in deze factoren is van belang om een goede behandeling te kunnen krijgen. Bespreek uw klachten, angsten, vragen en andere factoren die mogelijk invloed
hebben daarom met uw arts.

Soorten pijn

Pijn kan acuut of chronisch zijn.
• Acute pijn is kort geleden ontstaan. Deze pijn ontstaat meestal door een aanwijsbare oorzaak, bijvoorbeeld operatie of ziekte. Acute pijn duurt een paar uren, dagen of weken.
• Chronische of langdurige pijn is pijn die langer dan 3 maanden duurt. Chronische pijn komt veel voor bij patiënten met kanker.

Er bestaat ook een ander onderscheid bij pijn:
• Nociceptieve pijn: ‘gewone pijn’, veroorzaakt door weefselbeschadiging, bijvoorbeeld van huid, spier, bot of een orgaan, zoals de lever.
• Neuropathische pijn: ‘zenuwpijn’, veroorzaakt door beschadiging van het zenuwstelsel door groei van de tumor of van uitzaaiingen, of als gevolg van behandeling of comorbiditeit (andere ziektes). Dit geeft klachten zoals aanvalsgewijze pijn, tintelingen, aanrakingspijn en een verhoogde gevoeligheid voor aanraking.

Kenmerkend voor neuropathische pijn is een plotselinge brandende pijn. Deze pijn is vaak wisselend aanwezig met momenten van scherpe, schietende pijn.

Er zijn 2 vormen van nociceptieve pijn:

• Somatische pijn: pijn door beschadiging van botten, spieren, gewrichten en huid. Deze pijn is meestal scherp van karakter en is goed aanwijsbaar.
• Viscerale pijn: pijn vanuit inwendige organen, bijvoorbeeld lever of darm. De pijn is krampend, wisselend van sterkte en moeilijk aan te wijzen.

Soms wordt de pijn op een andere plaats aangegeven, bijvoorbeeld in de schouder, terwijl de pijn ontstaat in het middenrif.

Pijn bij patiënten met kanker is nociceptief in 65% van de gevallen en neuropatisch in minder dan 10% van de gevallen. Bij 25% is er sprake van zowel nociceptieve als neuropatische pijn.

Bron: Kanker.nl