skip to Main Content

Actualisatie huisartsenrichtlijn prostaatkanker is nodig

Een toenemend aantal huisartsen, urologen en radiologen bepleit individuele vroegdiagnostiek bij de huisarts vanaf 45-jarige leeftijd.

Het verhoogt de kans om prostaatkanker in een eerder stadium van de ziekte op te sporen en zo nodig tijdig te behandelen. ProstaatKankerStichting.nl (PKS) krijgt signalen dat patiënten nog te vaak in een -te laat- stadium worden doorgestuurd, waarbij prostaatkanker niet meer te genezen is. Deze patiënten geven aan: ‘Ik wist niet dat een PSA-meting mogelijk was. Ik heb die kans niet gehad.’ Of ‘Ik vroeg de huisarts om een PSA-meting. Die kreeg ik niet. Inmiddels heb ik niet te genezen prostaatkanker.’

Veel reacties

Op een oproep in de nieuwsbrief waarin PKS vroeg om ervaringen van patiënten met de diagnose van prostaatkanker in de huisartsenpraktijk, kwamen veel reacties. Reacties die -helaas- het beeld bevestigen dat de manier waarop huisartsen omgaan met vragen over vroegdiagnostiek in de praktijk nogal gevarieerd is. Terwijl zij allen met één en dezelfde huisartsenrichtlijn (zie kader) over prostaatkanker werken.

NHG-standaard ‘Mictieklachten bij mannen, bijlage prostaatcarcinoom’ 2014:

Bij vragen naar vroegdiagnostiek (een PSA-meting) van prostaatcarcinoom:

  • Vraag als huisarts naar de reden van het verzoek: heeft de patiënt mictieklachten, komt prostaat-kanker voor in de familie of in de omgeving?
  • Vraag naar het beeld dat de patiënt bij het verloop van prostaatkanker heeft.
  • Geef voorlichting/uitleg (over de voor- en nadelen van vroegdiagnostiek)
  • Verwijs voor ondersteuning van de uitleg naar Thuisarts.nl.

Als de patiënt op basis van de geboden informatie besluit tot vroegdiagnostiek:
Verricht een rectaal toucher. Als dit een vermoeden geeft van prostaatcarcinoom, verwijs de patiënt dan naar de uroloog. Als de prostaat niet afwijkend aanvoelt en niet pijnlijk is, laat dan het PSA-gehalte bepalen.

Onderstaand het ervaringsverhaal van Jan Brinkman. In de kaders in dit artikel wordt toegelicht hoe PKS aankijkt tegen de praktijkproblemen die aan de orde komen in dit artikel.

Brinkman: ‘Mijn vader had prostaatkanker, waaraan hij overigens niet is overleden. Ik vroeg twee jaar geleden, ik was toen 63, om een PSA-meting. Mijn huisarts adviseerde dat niet te doen. Achteraf stelde ik vast, met de inmiddels door mij vergaarde kennis over prostaatkanker, dat hij de argumenten had gebruikt uit de richtlijn om mannen niet nodeloos ongerust te maken. Veelal is prostaatkanker niet levensbedreigend, etcetera.’

Jan Brinkman vervolgt: ‘Dit voorjaar vroeg ik weer om een PSA-test, maar dat was in de marge, want ik kwam voor iets anders. De huisarts had er weinig aandacht voor. Omdat ik er niet gerust op was en omdat mijn plas steeds minder krachtig werd, maakte ik opnieuw een afspraak en kwam bij zijn plaatsvervanger terecht.’

Informatie door de huisarts

Standpunt ProstaatKankerStichting.nl Het is van belang dat de informatie die huisartsen geven over de voor- en nadelen van vroegdiagnostiek actueel is en objectief. Daarbij is ‘Voorlichting’ bij vroegdiagnostiek uit de NHG-standaard (2014) richtinggevend. PKS vindt het belangrijk dat de voorlichting in de NHG-standaard wordt geactualiseerd, gezien de ontwikkelingen in de diagnostiek en behandeling. Deze hebben de risico’s op overdiagnostiek en overbehandeling aanzienlijk verminderd.

Foute boel

Op de vraag hoe die plaatsvervanger met zijn klacht omging vervolgt Jan Brinkman: ‘Zij ging direct in op mijn vraag om een PSA-test. Ik moest bloed laten prikken en onderging tegelijk een voeldiagnose. Die vrijdag eind van de middag belde de plaatsvervanger al: geen goed bericht, PSA 398. Zij heeft direct een afspraak met de uroloog gemaakt. Maandagochtend was ik al bij hem. Ook hij bevoelde de prostaat en bevestigde het beeld van de vervangende huisarts: verhard en onregelmatig van vorm. Direct dezelfde ochtend werd ruimte gereserveerd om biopten te nemen. Plus een afspraak in het Erasmus MC op vrijdagmiddag voor een PSMA MRI Petscan.

ALS JE VADER PROSTAATKANKER HEEFT (GEHAD), EN JE VRAAGT OM EEN PSA-METING, DAN MOET JE DIE GEWOON KRIJGEN

De woensdag daarna kreeg ik alle uitslagen. Foute boel: prostaatkanker fase 4 met uitzaaiingen in botten, klieren, heup. Gleasonscore 9. Mij werd uitgelegd dat genezing niet meer mogelijk is, alleen nog palliatieve behandelingen.’

Onbekendheid risico op prostaatkanker

PKS signaleert dat onder mannen en naasten weinig bekend is over de prostaat en het feit dat er vanaf 50-jarige leeftijd een stijgend risico is op prostaatkanker. Ook is onvoldoende bekend dat prostaatkanker niet altijd klachten geeft.

Standpunt ProstaatKankerStichting.nl
We vinden het belangrijk dat iedere man in de leeftijd vanaf 45 jaar ervan op de hoogte is dat er bij het ouder worden een prostaatvergroting kan ontstaan die plasklachten kan opleveren, maar ook (zonder aanwezige klachten) prostaatkanker kan zijn. Daarnaast moet de optie van een PSA-test en rectaal toucher om mogelijk aanwezige prostaatkanker op het spoor te komen bekend zijn, ook als er geen klachten zijn. Vroegdiagnostiek heeft voor- en nadelen die de huisarts nader toelicht. Een goed geïnformeerde man mag zelf bepalen of hij dit onderzoek wil. PKS bepleit de uitvoer van het advies in de NHG-standaard om patiënten te verwijzen naar informatie op Thuisarts.nl en de Keuzehulp ‘PSA-meting’, als ondersteuning van de uitleg en het vergroten van kennis en betrokkenheid van patiënten bij de besluitvorming.

‘De uroloog gaf aan dat hij van mening is dat als je vader prostaatkanker heeft en iemand vraagt om een PSA-meting, dat je dan gewoon moet laten bloedprikken. Weken later heb ik dat met de huisarts besproken. Intussen had ik erg veel gelezen over prostaatkanker, voeding, reguliere bestrijding en alternatieve behandelingen. De arts zei eerst zelf dat het mijn beslissing was geweest twee jaar geleden omdat ik akkoord was gegaan. Dat heb ik natuurlijk bestreden. Hij is de deskundige en ik volgde als leek zijn advies, dat toen overtuigend klonk. Met de kennis die ik nu heb zou ik nooit akkoord zijn gegaan met dat advies. De huisarts bond wel in, vooral toen ik aangaf dat de uroloog in dit soort situaties altijd bloed laat prikken.

Ik vroeg hem of zijn argumenten waren ingegeven door de prostaatkankerrichtlijn voor huisartsen. Dat erkende hij en gaf aan dat de zin uit de richtlijn ‘Meer mannen overlijden dus met prostaatkanker dan aan prostaatkanker’ hem toen sterkte in zijn opvatting dat je niet iedereen nodeloos ongerust moet maken’, aldus Brinkman.

Nieuwe huisarts

‘Op mijn vraag hoe hij er nu in staat, erkende de huisarts dat hij met de kennis van nu nooit meer zo’n advies zou geven. Dat was voor mij voldoende om het verder te laten rusten. We hebben het uitgepraat, goed afgerond en afscheid genomen. Dat vond ik belangrijk. Ik kan niet meer verder met iemand die ik niet voor 100 % kan vertrouwen. Met zijn plaatsvervanger kon ik ook niet verder, want zij maakt deel uit van hun maatschap en dan kom ik hem bij vervanging toch weer tegen. Wij moesten op zoek naar een nieuwe huisarts en werden geconfronteerd met wachtlijsten. Uiteindelijk hebben we een nieuwe huisarts gevonden die gezien de situatie de wachtlijst even opzij zette.‘

Jan Brinkman wordt inmiddels met hormoontherapie behandeld en dat slaat goed aan. Zijn PSA is als wij hem spreken begin oktober 2019 fors gedaald naar 61, in drie weken tijd.

MET DE KENNIS DIE IK NU HEB ZOU IK NOOIT AKKOORD ZIJN GEGAAN MET DAT ADVIES

Back To Top
X