skip to Main Content

De behandeling van prostaatkanker

Bij prostaatkanker zijn meerdere behandelingen mogelijk. Het ligt aan de ernst van de ziekte en de conditie van de patiënt welke behandeling de arts voorstelt. Het is ook mogelijk om af te zien van een behandeling.

Behandeling van lokale prostaatkanker

Bij een tumor die alleen in de prostaat zit, zijn de volgende behandelingen mogelijk: operatieve verwijdering van de prostaat, inwendige bestraling en uitwendige bestraling. Daarnaast is het mogelijk de ziekte actief te volgen en niet direct met een behandeling te beginnen.

Als de tumor ook buiten de prostaat groeit, is het mogelijk om de prostaat met een operatie te verwijderen en ook de lymfeklieren om de prostaat heen te verwijderen. Een andere optie is uitwendige bestraling in combinatie met hormonale therapie.

Er is dus keuze uit een aantal behandelingen. Ze hebben hun eigen voordelen en nadelen. Ook zijn de bijwerkingen en kans op langetermijngevolgen anders. Er zijn keuzehulpen beschikbaar die ondersteunen bij het kiezen van een behandeling.

Behandeling van teruggekeerde prostaatkanker

Is de prostaatkanker teruggekomen? Dan hangt de behandeling af van de uitgebreidheid van de tumor en welke behandelingen er eerder zijn geweest.

Behandeling van uitgezaaide prostaatkanker

Bij uitgezaaide prostaatkanker is genezing niet meer mogelijk. Het doel van de behandeling is het remmen van de ziekte en het verminderen van klachten. Bij uitgezaaide prostaatkanker bestaat de behandeling meestal uit hormonale therapie. Soms kan de hormonale therapie gecombineerd worden met bestraling.

Zijn bij de diagnose uitzaaiingen gevonden? Dan kan de arts voorstellen de hormonale therapie te combineren met chemotherapie of een nieuwe vorm van hormonale therapie.

Behandeling van castratie-resistente prostaatkanker

De meeste prostaatkankers reageren na 1 tot 3 jaar niet meer op hormonale therapie. Het PSA gaat dan weer stijgen. De tumor is dan resistent geworden voor hormonale therapie. Dit heet castratie-resistente prostaatkanker, afgekort CRPC. Verschillende behandelingen zijn mogelijk: chemotherapie, nieuwe vormen van hormonale therapie en radioactief radium.

Actief volgen

Prostaatkanker groeit vaak langzaam. Daarom is het niet altijd nodig om prostaatkanker direct te behandelen. Bij een behandeling zijn er namelijk ook bijwerkingen.

Beslist de patiënt samen met de arts om (nog) niet te behandelen? Dan volgt de arts het verloop van de ziekte nauwkeurig met controle-onderzoeken. Dit heet actief volgen of active surveillance. Actief volgen is alleen mogelijk als de prostaatkanker nog klein is en weinig risico geeft. Bij actief volgen zijn er geregeld controle-onderzoeken. Bij een controle kan de arts opmerken dat de tumor is gegroeid. Dat gebeurt bij 1 op de 3 mannen die zijn gestart met actief volgen. Dan is het nodig om de prostaatkanker te behandelen.

Operatieve verwijdering van de prostaat

Bij een operatie voor prostaatkanker verwijdert de uroloog de hele prostaat, inclusief de zaadblaasjes. Soms haalt de arts ook de lymfeklieren weg die in de buurt van de prostaat liggen.

De operatie kan op verschillende wijzen gebeuren. Meestal doet de uroloog een kijkoperatie. Vaak is dat met een operatierobot (Da Vinci-robot). Ook kan de uroloog via de buik opereren. Met een snee in de onderbuik komt hij of zij bij de prostaat. Deze operatie wordt steeds minder vaak uitgevoerd, omdat de andere technieken zijn verbeterd.

Inwendige bestraling

Bij inwendige bestraling wordt het gebied waar de tumor zit van binnenuit bestraald. De arts plaatst radioactief materiaal dichtbij de tumor. Er zijn twee manieren om de prostaatkanker inwendig te bestralen: met jodiumzaadjes en met een iridiumbron.

Jodiumzaadjes zijn kleine korreltjes die radioactieve straling afgeven. De arts plaatst de zaadjes met een naald in de prostaat. Hiervoor krijgt de patiënt een verdoving of een algehele narcose. De urine wordt opgevangen met een blaaskatheter. De patiënt mag naar huis als hij weer kan plassen.

Na de behandeling blijven de jodiumzaadjes in de prostaat zitten. Het is niet nodig om ze weg te halen, de zaadjes kunnen geen kwaad. De sterkte van de straling neemt langzaam af. Na een half jaar is de straling grotendeels verdwenen, en na een jaar is er helemaal geen straling meer.

De radioactieve straling in het lichaam is niet gevaarlijk voor andere mensen. Wel zijn er een aantal leefadviezen voor de periode na de behandeling.

Een andere manier van inwendige bestraling is met een iridiumbron. Bij deze behandeling plaatst de arts een paar dunne slangetjes in de prostaat. Deze slangetjes heten bronhouders. De arts sluit de bronhouders aan op een bestralingstoestel. Het bestralingstoestel brengt de radioactiviteit via de bronhouders in de prostaat. 

Tijdens de bestraling ligt de patiënt in een bed in een speciaal afgesloten kamer. Een blaaskatheter vangt de urine op. Na de behandeling is de patiënt vrij van straling; leefadviezen zijn niet nodig.

Uitwendige bestraling

Een behandeling met uitwendige bestraling duurt een paar weken. Soms is de bestraling in combinatie met hormonale therapie.

Tijdens de behandeling komt de straling uit een bestralingstoestel. De bestraling gaat van buitenaf door de huid heen. De radiotherapeut en radiotherapeutisch laborant bepalen nauwkeurig de hoeveelheid straling en de plek waar de patiënt wordt bestraald.

Hormonale therapie

Hormonale therapie remt de groei van de kankercellen. De prostaat en de prostaatkankercellen groeien door het hormoon testosteron. Hormonale therapie gaat de werking van testosteron op de kankercellen tegen. De meeste mannen met prostaatkanker krijgen hormonale therapie als de kanker is uitgezaaid. De hormonale therapie is erop gericht om de ziekte te remmen en klachten te verminderen.

De hormonale therapie bij uitgezaaide prostaatkanker begint vaak met injecties. Deze injecties zorgen ervoor dat de zaadballen minder testosteron maken. De injecties zijn er iedere maand, of iedere drie tot zes maanden. Er zijn verschillende soorten medicijnen beschikbaar.

Soms kan de arts voorstellen om de zaadballen te verwijderen. Zo maakt het lichaam bijna geen testosteron meer aan. Dit heet een castratie. Een castratie is medisch gezien geen grote ingreep, maar kan emotioneel zwaar zijn.

De meeste prostaatkankers reageren na 1 tot 3 jaar niet meer op de injecties (of op de effecten van de operatie aan de zaadballen). Het PSA gaat dan weer stijgen. De tumor is dan resistent geworden voor de hormonale therapie. Dit heet castratie-resistente prostaatkanker (CRPC). In deze fase zijn verschillende medicijnen mogelijk.

Chemotherapie

Bij prostaatkanker is chemotherapie een behandeling als er uitzaaiingen zijn. Het doel van de behandeling is het remmen van de ziekte. In de meeste gevallen zal de arts chemotherapie voorstellen als de hormonale therapie niet meer werkt. Zijn er direct bij de diagnose prostaatkanker uitzaaiingen gevonden, dan kan chemotherapie samen met hormonale therapie gegeven worden.

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die kankercellen doden of hun celdeling remmen. Meestal wordt chemotherapie via een infuus in een ader gegeven. Na de behandeling volgt een rustperiode van enkele weken. Zo’n cyclus van behandeling en een rustperiode heet een chemokuur. Een behandeling bestaat meestal uit meerdere chemokuren.

Radioactief radium

Is er sprake van castratie-resistente prostaatkanker met uitzaaiingen in de botten, dan is een behandeling met radioactief radium een mogelijkheid. Radioactief radium geeft lokaal straling af en remt zo de groei van de prostaatkankercellen in de botten. Dit kan een langere overleving geven en pijnklachten in de botten verminderen.

Het radioactief radium wordt toegediend via een infuus in de arm. Het kan een paar weken duren voordat merkbaar is dat de klachten minder worden. Het infuus is in principe zes keer, met telkens een maand ertussen. De conditie moet goed genoeg zijn om de zes behandelingen af te maken. Voor elk infuus controleert de arts de bloedwaarden. De toediening van het infuus duurt ongeveer een uur. De patiënt kan iemand meenemen, maar geen kinderen en zwangere vrouwen.

Controles bij prostaatkanker

Na de behandeling van prostaatkanker zijn er regelmatig controles. Het controleschema hangt af van de fase van de ziekte.

Na een behandeling die als doel genezing had, zijn er in het eerste jaar controles na 3, 6 en 12 maanden. Tot 3 jaar na de behandeling is de controle ieder half jaar. Tot 5 of 10 jaar vindt de controle jaarlijks plaats. Soms kan de huisarts de controles overnemen. Dat kan vanaf 5 jaar na de behandeling en als het PSA laag blijft.

Als de prostaatkanker is teruggekomen, dan bepaalt de patiënt samen met de uroloog wanneer de controles zijn. De uroloog kijkt ook naar de klachten en naar de prognose.

Bij uitgezaaide prostaatkanker die gevoelig is voor hormonale therapie zijn er meestal iedere drie maanden controles. Bij castratieresistente prostaatkanker zijn de controles afhankelijk van de soort behandeling.

Een behandeling is niet verplicht

Het is nooit verplicht om een behandeling te volgen. Afzien van een behandeling kan altijd.

Lees verder via kanker.nl/prostaatkanker

Naast bovenstaande behandelingen kunt u soms deelnemen aan behandelingen in onderzoeksverband (trials). U krijgt dan bijvoorbeeld een nieuwe behandeling of een combinatie van behandelingen waar artsen nog onderzoek naar doen. Met dit medisch wetenschappelijk onderzoek toetsen artsen of een nieuwe behandeling beter is dan de standaardbehandeling.

Stichting Duos heeft in 2019 een video gemaakt over uitgezaaide prostaatkanker: welke behandelingen zijn er? Wat is ADT (hormoontherapie) en wat zijn de bijwerkingen? Twee patiënten vertellen. Duidelijk wordt dat een behandeling ook is gebaseerd op persoonlijke beslissingen.

 

Onderzoek naar PSMA-therapie (vanaf 2019)

Vanaf januari 2019 gaan het Radboudumc, Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en UMC Groningen een nieuw middel testen op patiënten met uitgezaaide prostaatkanker.

Als u momenteel (in Nederland) uitgezaaide prostaatkanker hebt, is dat niet meer te genezen. De zogenaamde PSMA-therapie lijkt een perspectief te bieden voor uitbehandelde prostaatkankerpatiënten.

Onderzoek is nodig om dat wetenschappelijk ook aan te tonen en de therapie via de zorgverzekeraars beschikbaar te maken voor patiënten zonder uitzicht op genezing. We ondersteunen het onderzoek naar deze veelbelovende manier van behandelen. Een behandeling die zich in onder meer Duitsland al heeft bewezen, maar waarvoor in Nederland nog onderzoek moet worden gedaan voordat vergoeding mogelijk is. En daarvoor is deze klinische studie. Deze wordt gefinancierd met behulp van de opbrengsten van de actie die ProstaatKankerStichting.nl samen met de VriendenLoterij heeft ingezet.

Wat is PSMA-therapie?
PSMA staat voor Prostaat Specifiek Membraan Antigeen. Het is een eiwit dat voorkomt in de celwand van prostaatcellen. Wanneer zo’n cel zich tot kankercel heeft ontwikkeld, dan is de hoeveelheid PSMA 10 tot 200 keer hoger dan in een gezonde cel. Nu is er een stofje ontdekt dat zich hecht aan PSMA, een zogenoemde ‘tracer’. Aan die tracer kunnen weer andere stofjes worden gekoppeld, bijvoorbeeld het radioactieve Lutetium-177. Als iemand uitgezaaide prostaatkanker heeft, zijn de prostaatkankercellen door het hele lichaam verspreid. De patiënt krijgt een injectie met de tracer waaraan Lutetium-177 zit gekoppeld. De tracer hecht zich vervolgens alleen aan de kankercellen, zodat alle radioactieve deeltjes precies op de juiste plek terecht komen: in de tumoren. Lutetium-177 ruimt zo heel doelgericht de kankercellen op.

Bekijk ook de veelgestelde vragen en antwoorden over de PSMA-therapie >>

Hulp bij het maken van keuzes

Bij prostaatkanker komt het geregeld voor dat u keuzes moet maken, bijvoorbeeld tussen opereren of bestralen, of tussen verschillende soorten hormonale therapie. En wat moet u besluiten als u gevraagd wordt wanneer u wilt starten met de hormonale therapie?

Aan elk besluit zitten voor- en nadelen. U kunt uw vragen en overwegingen natuurlijk bespreken met uw arts. Ook kunt u in steeds meer ziekenhuizen met uw vragen terecht bij gespecialiseerde verpleegkundigen, zoals oncologieverpleegkundigen of verpleegkundig specialisten.

Mogelijk vindt u het moeilijk om over onderwerpen als castratie, erectiestoornissen, uw plas niet op kunnen houden en seksualiteit te spreken. Toch raden wij u aan dit wel te doen, omdat deze gevolgen grote invloed kunnen hebben op uw kwaliteit van leven.

Samen met uw uroloog uw behandeling kiezen? Lees hoe de keuzehulp u kan helpen.

Brochure ‘Welke behandeling past het best bij u?

De brochure ‘Prostaatkanker, Welke behandeling past het best bij u?’ kunt u vinden op de website van UMC Utrecht. Dit boekje kan u helpen een weloverwogen keuze voor een behandeling te maken. De verschillen tussen de behandelingen staan duidelijk beschreven. Ook leest u tips van mannen die al eens voor deze keuze hebben gestaan. Wij hebben vanuit onze ervaringsdeskundigheid inhoudelijk meegedacht over een boekje waarin de resultaten voor patiënten toegankelijk zijn beschreven.

Bekijk de brochure hier: tinyurl.com/y8evvw4r 

Multidisciplinair overleg

Uw arts bespreekt uw ziektegeschiedenis met een team van gespecialiseerde artsen en verpleegkundigen. Dit heet een multidisciplinair overleg (MDO). In veel ziekenhuizen in Nederland betrekken de artsen ook specialisten vanuit andere ziekenhuizen bij het multidisciplinaire overleg.

Behandelplan

Uw behandelend arts maakt samen met een aantal andere specialisten een behandelplan voor u. Zij gebruiken hiervoor landelijke richtlijnen en ze kijken naar:

  • het stadium van de ziekte
  • kenmerken van de tumor, bijvoorbeeld hoe kwaadaardig deze is
  • de plaats van de tumor
  • uw lichamelijke conditie

Wilt u meer informatie? Download een van onze folders. Of wilt u die graag op papier hebben? Dat kan ook!

prostaatkanker-wat-nu

Virtueel Centrum Prostaatkanker, Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU) Patiëntenwebsite van de NVU over prostaatkanker.

Wat is kanker? Bekijk ook de uitgebreide informatie over wat kanker is op kanker.nl.

Back To Top
X