skip to Main Content

Bekkenfysiotherapie en prostaatkanker

Behandelde prostaatkanker patiënten hebben vaak last van plas- en/of erectieproblemen. Training van de bekkenbodem maakt voor hen het leven vaak weer wat dragelijker.

Het is de bekkenfysiotherapeut die deze patiënten daarbij helpt. Maar hoe gaat dat dan in zijn werk? Nieuws sprak daarover onlangs in Nieuwegein met Annemieke Terweij, een van de zes bekkenfysiotherapeuten van het St. Antonius Ziekenhuis Utrecht/Nieuwegein.

Behandelen jullie voornamelijk pk-patiënten?

Annemieke Terweij

Annemieke Terweij: ‘Integendeel. Ik schat dat meer dan twee derde van onze patiënten vrouw is. Slechts zo ongeveer één op de tien patiënten heeft prostaat gerelateerde klachten. Dan gaat het om mannen die last hebben van ongewild urineverlies of erectieproblemen. Daarnaast behandelen wij ook mannen met andere plasklachten (LUTS), zoals steeds kleine beetjes plassen of de plas niet kunnen ophouden of uitstellen na aandrang, de blaas niet goed kunnen leegplassen of last hebben van pijnklachten in het bekkengebied.

IEMAND HELPEN ZICHZELF BETER TE MAKEN

Zowel verwerking als behandeling gaat bij pkpatiënten in ‘fases’. We zien vaak de volgende volgorde: eerst gaat alle aandacht uit naar de behandeling van de kanker. Pas daarna maakt men zich zorgen over het ongewild urineverlies en – als die klachten beter onder controle zijn – pas dan komen de patiënten met wensen voor erectie verbetering.

Annemieke met model

ZOWEL VERWERKING ALS BEHANDELING GAAT BIJ PK-PATIËNTEN IN ‘FASES’

Als bekkenfysiotherapeuten zien we patiënten zowel vóór als na de operatie. Onderzoek heeft uitgewezen dat al vóór de operatie starten met bekkenfysiotherapie niet altijd maakt dat je sneller continent bent na de operatie. Veel mannen ervaren wel een betere kwaliteit van leven als ze bekkenfysiotherapie hebben gehad voorafgaand aan de operatie. Ze zijn goed geïnformeerd over de situatie na de operatie en weten hoe de bekkenbodemspieren kunnen worden ingezet bij urineverlies. Dat is de reden dat elke patiënt voordat hij geopereerd wordt het aanbod krijgt om op consult te gaan bij de bekkenfysiotherapeut. De meeste prostaatkankerpatiënten kunnen voor bekkenfysiotherapie prima terecht in de eerste lijn. In ons ziekenhuis zien wij vaak patiënten met een meer complexe zorgvraag of met een verzoek voor een second opinion. Dat komt omdat bij deze patiënten er soms directe informatie-uitwisseling en samenwerking/ afstemming nodig is met de uroloog, continentie verpleegkundige en oncologieverpleegkundige.

Elke patiënt is anders. Hoe vinden jullie de juiste aanpak?

Annemieke: ‘Wij vinden het belangrijk om er eerst achter te komen of de bekkenbodem echt wel een rol speelt bij de optredende klachten. Dat is vaak wel het geval, maar niet altijd. Daartoe spreken we eerst uitgebreid met elke patiënt. We vragen dan ondermeer naar de
algehele conditie en zijn (medische) historie. Ook kijken we naar houding, beweging en ademhaling. Wij laten de patiënt het model van de bekkenbodem zien. En we leggen uit hoe de spieren werken. De bekkenbodem is een laag spieren onderin het bekken, die bijna iedereen onbewust gebruikt. Deze spieren ontspannen om te kunnen plassen en ontlasten en spannen aan als we hoesten of kracht zetten en bij het ophouden van plas of ontlasting. Ook spelen deze spieren een rol bij seksualiteit, zoals het behouden van een erectie. De bekkenbodemspieren kunnen onderactief zijn, te zwak, maar ze kunnen ook overactief zijn, te veel aangespannen dus. Ook dat laatste kan
urineverlies geven! Bij incontinentie maken we onderscheid in stressincontinentie (urineverlies als de druk op de blaas toeneemt) en aandrang -incontinentie (de plas niet kunnen ophouden bij sterke aandrang). Bij een coördinatieprobleem zijn de spieren op zich goed, maar doen niet, of niet op het juiste moment, wat ze moeten doen. Tijdens een bekkenbodem functie-onderzoek (inwendig onderzoek via de anus) vragen we de patiënt om zijn plasbuis in te trekken, of de plas op te houden. Dan gebruikt de patiënt juist die spieren die wij willen beoordelen. Tenslotte kunnen we de activiteit van de bekkenbodemspieren ook meten en laten zien met myofeedback, maar daar wil ik straks iets meer over vertellen.’

Waaruit bestaat jullie behandeling?

Myofeedback Apparaat

Annemieke: ‘Dat hangt ervan af of (een deel van) de bekkenbodemspier onder- of overactief is. Bij een onderactieve bekkenbodem gaan we trainen, en bij een overactieve bekkenbodem juist ontspannen. Goed ‘timen’ met je bekkenbodemspieren is ook te leren, zodat je op tijd kunt aanspannen bij kracht zetten of Annemieke met model hoesten en op tijd kunt ontspannen.

Met de oefeningen gaat de patiënt thuis aan de slag. We bespreken ook het ‘toiletgedrag’. We geven tips om beter uit te plassen of weer een goed plaspatroon te vinden, door middel van blaastraining. Al onze inspanningen zijn erop gericht om samen met de patiënt zijn kwaliteit van leven naar een hoger niveau te brengen. Soms sturen we een patiënt ook door naar een voor hem passend trainingsprogramma. Bijvoorbeeld om een sterk verminderde algehele conditie een boost te geven. Want we weten dat wanneer een patiënt meer gaat bewegen, ook zijn incontinentie kan verbeteren. Een oncologisch revalidatieprogramma kan soms ook erg zinvol zijn. Of, indien van toepassing, lymfedrainage bij de oedeemtherapeut.’

Wat vind je zo leuk aan dit vak?

Annemieke: ‘Iemand helpen zichzelf beter te maken, dat is heel dankbaar werk. En ik hou van het omgaan met verschillende mensen. Geen
mens is gelijk. Het samen ‘puzzelen’ naar wat de beste aanpak is voor juist die ene patiënt, dat is de uitdaging. Naast bekkenfysiotherapeut ben ik ook haptonoom en help ik mensen om hun eigen lijf weer te voelen als ze hun lichaamsgevoel zijn kwijtgeraakt.’

GOED ‘TIMEN’ MET JE BEKKENBODEMSPIEREN IS OOK TE LEREN

En dat myofeedback apparaat?

Annemieke: ‘Dat apparaat is in Nederland ontwikkeld. Door middel van 24 meetpunten wordt een soort 3D beeld van de bekkenbodem gevormd, dat vervolgens in een plat vlak wordt weergegeven. In beeld wordt vastgelegd welke delen van de bekkenbodemspieren onderactief zijn en welke overactief. De therapeut kan daar dan de behandeling op afstemmen door bijvoorbeeld gericht elektrische pulsen te geven daar waar ze nodig zijn. De patiënt kan zien wat hij nu precies doet met de verschillende bekkenbodem spieren en volgen wat zijn vooruitgang is.’

Waar vind ik een goede bekkenfysiotherapeut?

Annemieke: ‘Op de website www.bekkenfysiotherapie.nl zijn alle geregistreerde bekkenfysiotherapeuten te vinden. Als beroepsgroep, de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Bekkenproblematiek en Pre- en Postpartum Gezondheidszorg (NVFB), werken we nauw samen met fysiotherapeuten die gespecialiseerd zijn in het behandelen van lymfoedeem en de oncologie, de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapeuten binnen de Lymfologie en Oncologie (NVFL) en kun je ons ook vinden in de verwijsgids kanker.’

 

Back To Top
X