skip to Main Content

De Positie van de Patiënt bij Medische Missers

In de coronacrisis verwierven werkers in de gezondheidszorg het predicaat ‘Helden’. Een kwalificatie voor uitzonderlijke toewijding. Niet ongewoon in de zorg, ook buiten crisispieken. In dit artikel aandacht voor een ander, onontkoombaar aspect aan elk mensenwerk: fouten maken.

Dat missers iedereen kunnen overkomen relativeert enigszins. Maar die nuance valt weg als van fouten niet wordt geleerd. Bijvoorbeeld omdat routine daaraan in de weg staat. Of omdat ze worden verzwegen. Om dat laatste te voorkomen is openheid nodig. Transparantie. En dus de wil zich kwetsbaar op te stellen.
Kwetsbaarheid kenmerkt de relatie patiënt-medici. Vooral aan de kant van de patiënt, afhankelijk als die is van medische kennis. Hij/zij ziet zich bij ziekenhuisopname bovendien voor een grote, complexe organisatie geplaatst. Medici op hun beurt zijn kwetsbaar omdat eventuele fouten, ook kleine, grote consequenties kunnen hebben. Zeker bij het werken op de grens van leven en dood. We zijn blij met hen, vertrouwen ons aan hen toe. Totdat het niet loopt zoals gedacht.

Juridificering

Risico’s horen bij het leven. Een besef dat in onze maatschappij niet meer zo aan de oppervlakte ligt, omringd als we zijn door zekerheden via wetten, verzekerde zorg en meer. Inbreuken daarop brengen al gauw de neiging een schuldige aan te wijzen. En schuld is juridisch beladen.

De Verenigde Staten gingen daarin voor. Een clichébeeld vormen de elkaar rond binnenkomende ambulances verdringende advocaten. Met als doel (letsel)schadeclaims van patiënten in handen te krijgen. Ongeacht of de patiënt wellicht beter had moeten uitkijken: no cure no pay. Mensen stellen er de supermarkt aansprakelijk als ze over een net gedweilde vloer uitglijden. Vaak met succes. Wij hebben er die gele waarschuwingsbordjes aan te danken. (Hoe hebben we voorheen toch al die glijpartijen weten te vermijden….)

Dit verschijnsel werd in de jaren ’90 bekend als ‘juridificering’, en ging in ons land gepaard met vrees voor ‘Amerikaanse toestanden’.

Op het gebied van de medische aansprakelijkheid werden verbeteringen doorgevoerd in de positie van de patiënt. Een voorbeeld uit 1992 is de ‘centrale aansprakelijkheid van Nederlandse ziekenhuizen’. De onderlinge waarborgmaatschappij (‘verzekeraar’) van ziekenhuizen Centramed zei hier in reactie op vragen van VPRO onderzoeksprogramma Argos (24 januari 2019) het volgende over: (zie YouTube: https://www.vpro.nl/argos/media/afleveringen/2019/De-last-van-het-lijden.html )

‘Patiënten die menen dat er een medische fout is gemaakt, hoeven niet eerst na te gaan wie er kan worden aangesproken; het ziekenhuis is aansprakelijk voor alle tekortkomingen van in dat ziekenhuis werkzame zorgverleners. (..)

Centrale aansprakelijkheid is een groot goed voor patiënten, want het is vaak moeilijk vast te stellen wie er nu een bepaalde fout heeft gemaakt en wie daarover aangesproken kan worden.

(..) Zelfs als de betreffende zorgverlener niet meer voor of in het ziekenhuis werkt, blijft het ziekenhuis aanspreekbaar. (..)’

Centrale aansprakelijkheid is volgens Centramed ook goed voor zorgverleners. Dat het ziekenhuis aansprakelijk wordt gesteld of de aanspraken overneemt geeft hen rust. Zij kunnen zich richten op hun vak: het behandelen van patiënten.

Schadelast

Centramed is één van nog drie verzekeraars die zich aan de kant van artsen en ziekenhuizen bezighouden met de afwikkeling van aansprakelijkheid. De andere zijn MediRisk en VvAA. Centramed en Medirisk zijn ‘onderlinge waarborgmaatschappijen’. Meer reguliere verzekeraars trokken zich uit de medische verzekeringswereld terug, door de omvang van de financiële risico’s, het complexe en specialistische van medische schadebehandeling en de toename van de schadelast. Die zou in Nederland volgens Centramed tussen 2007 en 2016 zijn vervijfvoudigd.

LSA-letselschadeadvocaat mr. John Beer uit Amsterdam (LSA is de vereniging van letselschadeadvocaten) wijst in de al genoemde uitzending van Argos op relevante verschillen:

“Beide ‘onderlinge’ verzekeraars krijgen per jaar samen circa 1.500 nieuwe claims aangemeld. Bij dit soort verzekeraars zijn het in feite de verzekerden zelf, in dit geval vooral de ziekenhuizen, die de koers bepalen. (..) Een gewone verzekeraar heeft een meer zelfstandige verantwoordelijkheid voor de correcte afwikkeling van schades. (..) Door de structuur zijn arts en ziekenhuis veel meer betrokken bij de afwikkeling van medische fouten die bij hun voormalige patiënten zijn gemaakt. De slachtoffers zijn van patiënten geworden tot tegenpartijen. Dat heeft grote negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de afwikkeling maar ook voor een eventuele voortduring van de behandelrelatie. (..)

Niet alle artsen vinden het immers gemakkelijk om een fout toe te geven. Bovendien zijn veel slachtoffers van medische fouten genoodzaakt, of kiezen zij daarvoor, om hun medische behandeling voort te zetten in het ziekenhuis waar in een eerder stadium een fout is gemaakt. Dat moet goed mogelijk zijn zonder het gevoel te hebben dat de behandelrelatie beïnvloed wordt door de afwikkeling van de eerder gemaakte fout.”

Letselschadeadvocaten

Mr. Beer benadrukt dat niet alles wat in de gezondheidszorg misloopt tot een recht op schadevergoeding leidt. ‘Er gaat ook veel mis ondanks dat alle betrokkenen zich ten behoeve van de patiënt hebben ingespannen.’

Een nuancering die desgevraagd ondersteund wordt door Mr. Rutger Zwols, LSA-letselschadeadvocaat bij Wolthers Jagersma Advocaten te Hoogeveen en Heerenveen. Ter verklaring van de grotere claimbewustheid onder patiënten wijst hij op betere voorlichting (ook vanuit het ziekenhuis) en vindbaarheid (internet). Zwols geeft aan dat rechtszoekenden met regelmaat moeten worden teleurgesteld als bij een medische behandeling iets onverhoopt anders is gegaan dan verwacht.

‘Steevast schets ik richting de rechtzoekende als stramien:

Dat iets fout gegaan is, betekent niet dat het fout gedaan is

Een arts in Nederland heeft een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Als het dan toch – onverhoopt – misgaat, heeft ten aanzien van de inspanningsverplichting te gelden dat er slechts sprake is van aansprakelijkheid als verzuimd is de zorg te verlenen die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot onder dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. Voor de vraag of aan die professionele standaard is voldaan ontkomt de patiënt en een redelijk handelend belangenbehartiger er niet aan om advisering in te winnen bij medici, met specifieke kennis van zaken.

Zwols ziet artsen en advocaten/juridisch professionals niet als permanente tegenstrevers. Zo vertelden op het jaarlijkse LSA symposion van 2020 een tweetal specialisten over de impact van een medische aansprakelijkheidszaak. ‘Met overtuiging wisten beide specialisten deze impact voelbaar te maken. Een duidelijk signaal richting de praktijkbeoefenaar van het recht om niet lichtzinnig artsen aansprakelijk te stellen.’

De patiënt met letselschade

Voor het afwikkelen van letselschade biedt het Nederlands recht verschillende mogelijkheden. Zie bijgevoegd Kader voor een overzicht.

Mr. Beer bepleit een wijziging in de thans geldende procedure. In de genoemde Argos-uitzending wijst hij erop dat pas sprake is van een verplichting om schade te vergoeden bij een medische fout indien ‘het betrokken slachtoffer kan aantonen dat de arts zich onvoldoende heeft ingespannen en dat de schade daarvan het gevolg is. (..)

In de regel ligt de volledige bewijslast bij de patiënt

Arts en ziekenhuis hebben wel de verplichting om een goed en volledig medisch dossier ter beschikking te stellen.’

Hij stelt daar de kwetsbaarheid van patiënten tegenover die doorgaans niet beschikken over de benodigde bijzondere kennis. ‘Artsen, ziekenhuizen en hun verzekeraars .. hebben het gemakkelijker. Een bewijslast dragen zij niet. Zij (..) kunnen volstaan met het weerspreken van hetgeen door de patiënt wordt gesteld. Dat gaat hen goed af: (..) de kennis en ervaring is aanwezig; zij beschikken over een netwerk van specialisten in de gezondheidszorg en over financiële middelen om de verdediging te organiseren.’

In het licht van deze ongelijkwaardige verhouding bepleit Beer de instelling van een ‘Centraal Orgaan Afwikkeling Medische Aansprakelijkheid’. Bestaande uit onafhankelijke maar deskundige juristen en medici. Ook patiënten zouden de gelegenheid moeten krijgen daar deskundigheid in te schakelen en die gefinancierd te krijgen. De beoordeling van de zaak zou op basis van het burgerlijk recht moeten plaatsvinden en voor arts en ziekenhuis bindend moeten zijn.

Vooralsnog lijkt dit niet kansrijk. Rutger Zwols, die deze optie ook toejuicht, wijst op de afwijzende reactie van het Kabinet. Op Kamervragen van de SP liet toenmalig minister Bruins weten de bestaande mogelijkheden als afdoende te beschouwen.

Geschillenbeslechting bij letselschade

Een laagdrempelige vorm van geschillenbeslechting verloopt via mediation. Dat is conflictoplossing via onafhankelijke (gespreks)bemiddeling. Soms kan een juridische procedure pas worden ingezet na (een vorm van) mediation. Voor de patiënt die zich wil beklagen heeft de rijksoverheid voorzien in zo’n stapsgewijze aanpak. De klacht moet eerst worden besproken met de zorgaanbieder. Die mag maximaal 10 weken doen over een reactie. Levert dat niks op dan is de tweede stap die naar de (onafhankelijke) Klachtenfunctionaris. Elke zorgaanbieder is wettelijk verplicht zo’n functionaris in huis te hebben. Als ook dat tot niks leidt kan een geschil worden voorgelegd aan de rechter of een ‘geschilleninstantie’. De informatie is te vinden via: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kwaliteit-van-de-zorg/vraag-en-antwoord/waar-kan-ik-terecht-met-een-klacht-over-een-arts-of-zorginstelling

Back To Top
X