skip to Main Content

Enkele tips bij bijwerkingen

Eén van onze lezers heeft de verstoorde stoelgang te lang onbesproken gelaten. Hij heeft op pijnlijke wijze enkele tips vergaard die hij wil delen opdat anderen die ellende kunnen vermijden.

‘APK’

Vorig jaar bezocht ik de huisartsenpraktijk om een soort ‘APK’ te bespreken. Ik was weliswaar een fitte, slanke man met goede conditie, en maakte geregeld wandelingen van 15 km. Maar ik merkte ook een paar kleine veranderingen, en wilde weten of die gewoon bij het ouder worden horen, of dat er misschien iets aan de hand was. Ik kwam bij een invalhuisarts terecht. Mijn huisarts is geen voorstander van een PSA-meting, maar deze invalster stelde voor om o.a. ook de PSA te bepalen. Toen ik terugkwam voor de uitslagen, was de opvallendste een PSA-waarde van 17. Ze wilde mij ondanks mijn leeftijd van 74 jaar meteen doorverwijzen. Gelukkig kon ik snel terecht bij de afdeling urologie voor verder onderzoek.

De uitslag van de afgenomen biopten was een Gleason-score 9. Op de MRI-scan was een laesie in de prostaat te zien en op de CT-scan waren geen botuitzaaiingen zichtbaar. Diagnose: gelokaliseerde prostaatkanker met Gleason 9. Het voorgestelde behandelplan luidde: uitwendig bestralen (vijf dagen per week gedurende vier weken) en hormoonbehandeling (elke drie maanden een prik gedurende twee jaar).

20x uitwendige bestraling

In de diverse brochures en ander voorlichtingsmateriaal worden bijwerkingen van bestraling in heel algemene termen beschreven. Dat is natuurlijk wel begrijpelijk, omdat de mate van bijwerkingen erg kan verschillen. Die is immers afhankelijk van je algehele conditie, het gebied dat bestraald wordt (bv. vlakbij de endeldarm of verder weg) en de bestralingsdosis. Ik heb inmiddels ervaren dat je soms dringend behoefte hebt aan concrete informatie specifiek over de bijwerkingen die je zelf ervaart, ook op momenten waarop je niemand kunt bereiken. Hier volgen enkele tips gebaseerd op mijn ervaringen.

Tip 1

Als je wordt opgehaald voor de sessie van die dag vraagt de laborant(e) je vrijwel altijd hoe het gaat. Dat is niet alleen uit beleefdheid! Ze zijn echt geïnteresseerd. Daar kwam ik achter nadat ik al dagen lang liep te tobben met mijn stoelgang. Waar ik aanvankelijk antwoordde met het weinig informatieve  ‘Gaat wel’, vertelde ik ditmaal over mijn stoelgangperikelen. Na afloop van de bestralingssessie deelde de laborant mee dat ik nog even bij een arts werd verwacht.

Daar kon ik mijn verstoppingsprobleem ter sprake brengen. Ik ben gewend om voldoende groente, fruit en volkorenprodukten te eten, o.a. om voldoende vezels binnen te krijgen. Ik had dus geen ervaring met heftige darmverstopping. De arts schreef een middel voor om de stoelgang te bevorderen. Dit middel zou ik natuurlijk niet gekregen hebben als ik weer gezegd zou hebben dat het wel goed gaat.

Vertel de laborant dus van welke bijwerkingen je last hebt en in welke mate.

Tip 2

Voorgaande tip illustreert de noodzaak niet te wachten melding te maken van je bevindingen tot je echt een akelig probleem hebt. Pijn verbijten heeft niets te maken met stoer doen of niet de zeurkous willen uithangen.

Dus zit iets je dwars: zeg het!

Het ´ergste´ wat je kan overkomen, is dat ze je aanraden het nog even aan te kijken. Vergeet niet dat een probleem dat door de bestraling wordt veroorzaakt bij elke volgende sessie alleen maar groter zal worden.

Je bent dus geen zeurpiet, maar een alerte man die bijtijds feedback geeft over de bijwerkingen.

Tip 3

Bij mij was de stoelgang, of liever het ontbreken daarvan de kern van mijn probleem. De krampen, het persen, bloedende aambeien, de ‘knoei-boel’: het was me onbekend. Ik vond het heel moeilijk om alle details met de behandelend arts te bespreken. Toen hij het onderwerp ter sprake bracht, ging ik daar niet op in. Op dat moment was dat het makkelijkst, maar wat heb ik daar al snel heel veel ongemak en pijn door gekregen. Pas toen ik op de afdeling Wondverzorging kwam, heb ik alles verteld. Blijkbaar kon ik toch wel alles in detail beschrijven. Ik had mij veel eerder over mijn schroom heen moeten zetten. Dat zou veel narigheid en ellendig geknoei na elke toiletgang gescheeld hebben. De wondverpleegkundige hoorde mij begripvol aan en verstrekte nuttige tips: niet vegen, maar behoedzaam deppen met een zacht wegwerphandschoentje; inlegkruisjes gebruiken. Ook gaf ze mij een zalfje (Flaminal Hydro) mee om dik op de wonden rond de anus aan te brengen.

Dus: noem de dingen meteen bij de naam. Artsen en verpleegkundigen hebben echt alles al gezien en gehoord. Geneer je niet. Wees openhartig. Vertel al je ongemakken, ook als het je anus betreft. Het zijn weliswaar nare bijwerkingen, maar er zijn drankjes en zalfjes die kunnen verlichten wanneer je er bijtijds mee begint.

Hoe is het nu?

Gedurende de rest van de bestralingen heb ik dagelijks macrogol laxeermiddel geslikt en de wondzalf aangebracht. Dat gaf echt verlichting. De eerste PSA-meting was drie maanden na de laatste bestraling en de uitslag was: beneden de detectiegrens (‘nul’). De bestralingen hebben blijkbaar gewerkt.

Ik heb nu twee maal een hormoonspuit gehad. De bijwerkingen vallen mij zwaar. Vermoeidheid, geen erecties meer maar wel opvliegers, stemmingswisselingen, verminderde conditie, huilbuien. Kortom, ik mis mijn testosteron. Wegen de voordelen wel op tegen de nadelen? Met welk percentage wordt (statistisch gemiddeld gesproken) de kans op terugkeer van de prostaatkanker verlaagd? Hoe verhoudt zich dat tot de reductie in kwaliteit van leven? In overleg met mijn behandelend uroloog wil ik voorstellen de verdere hormoonbehandeling te stoppen (er van uitgaand dat de PSA-waarde voorafgaand aan dat overleg nog steeds onder de detectiegrens zit).

Vanzelfsprekend hoop ik dat de PSA-waarde, die voorlopig eens per kwartaal gemeten wordt, nog heel lang laag blijft.

Naam bij de redactie bekend

Back To Top
X