skip to Main Content

Hoewel er in Nederland jaarlijks net zoveel mannen aan prostaatkanker overlijden als vrouwen aan borstkanker, lijkt er rondom die eerste soort veel meer onwetendheid te bestaan. Er leven onjuiste aannames bij de risicogroep, bijvoorbeeld over de relatie tussen bepaalde klachten en het hebben van prostaatkanker. Deze zouden voor een groot deel weggenomen kunnen worden als mannen van 50-plus en huisartsen vaker het gesprek met elkaar aangaan over het risico op prostaatkanker. En dat gesprek hoeft helemaal niet lang of ingewikkeld te zijn, zo zegt Roderick van den Bergh, uroloog in het St Antonius ziekenhuis in Utrecht.

Vooroordelen over prostaatkanker
Uroloog Roderick van den Bergh pleit voor meer openheid en dialoog over prostaatkanker. ‘Er bestaan veel clichés rondom prostaatkanker. Een aantal is waar: dat het heel vaak voorkomt, bijvoorbeeld. Het is de meest gevonden vorm van kanker bij mannen. Iets anders dat vaak gezegd wordt, is dat mannen alleen mét prostaatkanker overlijden in plaats van er aan. De verhouding tussen de diagnose en overlijden aan prostaatkanker is inderdaad ongeveer 5 versus 1. Maar het absolute aantal mannen dat eraan overlijdt, is nog steeds erg hoog, net zoveel als het aantal vrouwen dat overlijdt aan borstkanker. Nóg groter is het aantal mannen dat er narigheid van ondervindt, zoals uitzaaiingen.’

Het aantal mannen dat in Nederland jaarlijks sterft aan prostaatkanker ligt rond de 3.000. Een deel hiervan bestaat uit sterfgevallen die mogelijk voorkomen hadden kunnen worden. Met een diagnose in een vroegtijdig stadium en (daarmee) een succesvollere behandeling, bijvoorbeeld. ‘Een misvatting is dat zolang je goed plast, je geen prostaatkanker hebt. Het al dan niet hebben van plasklachten heeft weinig te maken met de ontwikkeling van prostaatkanker. Sterker nog: je kan agressieve kanker hebben zonder dat je het merkt. Plasklachten worden meestal veroorzaakt door een goedaardig vergrote prostaat.

Onwetendheid bij 50-plus grootste rol bij niet bezoeken huisarts
Lang niet iedere man die de leeftijd van 50 bereikt, gaat ergens in de daaropvolgende jaren bij de huisarts langs voor een informatief gesprek. Waar ligt dat aan? Van den Bergh: ‘Ik denk dat onwetendheid de grootste factor is. Direct gevolgd door de misinterpretatie: ‘ik heb nergens last van, dus er zal wel niets zijn’. Het is betreurenswaardig hoeveel mannen van 50-plus niet weten dat zij een verhoogd risico lopen op het krijgen van prostaatkanker.’

Voor- en nadelen onderzoek prostaatkanker goed te benoemen
Er is dus veel te winnen op het gebied van bewustwording over het risico op prostaatkanker. Een grote rol hierin is weggelegd voor de huisartsen en de manier waarop zij hun patiënten voorzien van de juiste informatie – zo geeft ook huisarts Kees Vos aan in een eerder interview.

Van den Bergh: ‘We merken dat er verschillen zijn in hoe huisartsen omgaan met het gesprek over een eventueel onderzoek naar de PSA-waarde. Ook het gehanteerde afkappunt voor PSA voor vervolgonderzoek, wijkt af per huisarts.’

Bij 1 op de 5 mannen wordt prostaatkanker in een reeds uitgezaaid stadium ontdekt. In Nederland overlijden ongeveer 3.000 mannen per jaar aan prostaatkanker. Dit aantal moét omlaag. Daarom doen we een appèl op mannen vanaf 50 jaar en op huisartsen: bespreek de verhoogde risico’s op prostaatkanker en de optie van vroege opsporing. Bij mannen met prostaatkanker in de familie of met een Afrikaanse origine, kan dit al vanaf 45 worden overwogen. Dankzij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van (MRI-)diagnostiek zijn de bezwaren tegen overdiagnostiek aanzienlijk gereduceerd, en door de toepassing van afwachtend beleid is overbehandeling minder geworden.

Huisarts ziet deel van het proces, specialisten meer middelen tot beschikking
‘Een belangrijke oorzaak voor de verschillende benaderingen bij huisartsen, is dat zij met de PSA maar een heel klein stukje van het proces zien. Hierdoor hebben ze te maken met een hoop ‘open eindjes’ waar ze toch een rond verhaal over moeten vertellen. Het kan lastig zijn om dit overzichtelijk te maken naar de patiënt toe. Wij als urologen, net als iedere specialist, kunnen vervolgstappen zetten – denk aan het inzetten van een echo of MRI-scan, waardoor wij puntjes op de i kunnen zetten en zo losse stukjes informatie meer ‘grijpbaar’ kunnen maken. Het volume van de prostaat kan een verhoogde PSA waarde vaak al goed in perspectief zetten. Die middelen hebben huisartsen niet.’

Voor- en nadelen PSA-meting met patiënt bespreken kan kort
De richtlijnen schrijven voor dat huisartsen uitleg geven over de voor- en nadelen van zo’n onderzoek, en dat de man in kwestie daarna bepaalt of hij wel of niet zijn PSA-waarde wil laten prikken. ‘Sommige huisartsen zien op tegen die uitleg: het zou ingewikkeld zijn of veel tijd in beslag nemen. Dat hoeft niet zo te zijn. De voor- en nadelen zijn best kort te benoemen. Alleen al het uitleggen dat er niet alléén maar voordelen zitten aan het doen van een onderzoek, is waardevol. Laat mannen voor zichzelf bedenken: wat ga je doen met een eventuele vervelende uitslag? Maak het bespreekbaar.’

Een kort en bondig gesprek over PSA-waarde
Tips van uroloog Roderick van den Bergh

Wel of niet laten testen op prostaatkanker? Voor veel mannen een lastige keuze. Huisartsen kunnen enorm helpen, door alleen al onderstaande punten aan te stippen:

1) Benoem dat er aan ieder onderzoek voor- en nadelen zitten

2) Voordeel: een kans op winst, in tijd en op succesvolle behandeling, mocht dit nodig zijn, en daardoor lagere sterfte aan prostaatkanker. Nadeel: er is een kans om (misschien onterecht) in de medische molen terecht te komen, niet alles wat wordt gevonden is relevant.

Oneliners doen af aan beslisproces: alleen het genuanceerde verhaal helpt
‘Ook urologen hebben een rol in het creëren van meer bewustwording over prostaatkanker onder mannen van 50-plus. Door een helder verhaal te brengen, in een paar korte boodschappen. Het is ook aan ons om misvattingen te ontkrachten. Alleen het genuanceerde verhaal helpt. Niet de pakkende ‘oneliners’ – die doen het goed in de media, maar doen af aan het beslisproces.’

Van den Bergh pleit dan ook voor een groter bewustzijn onder de (gezonde) 50-plus-man. ‘Wéét dat je prostaat op den duur problemen kan gaan geven. Vanaf de leeftijd boven de 45-50 jaar kan dit voor gaan komen. De bekende plasklachten worden meestal veroorzaakt door een vergrote prostaat. Weet dat je ook zónder klachten prostaatkanker kan hebben. En dat je het kan opsporen, maar ook in de medische molen kan komen. Het is belangrijk dat mannen in gesprek gaan met hun huisarts, dat ze weten dat die optie er is. Bij risicogroepen, zoals in families waar veel kanker voorkomt, is de kans groter dat prostaatkanker ontstaat. Dus vraag eens rond in je familiekring. Ik zie dat veel vrouwen beter geïnformeerd zijn over hun eigen risico op borstkanker, dan mannen dit zijn over prostaatkanker. Met de beeldvorming rondom prostaatkanker zijn we goede stappen aan het zetten. Nu nog hopen dat dit bewustzijn wordt overgenomen in het publieke debat – en, uiteindelijk het belangrijkste: door de mannen van 50-plus.’

Meer weten? Lees ook het interview met Roderick van den Bergh over de voor- en nadelen van de PSA-test

Lees meer over vroegdiagnostiek, ontwikkelingen en onze publiekscampagne >>

Back To Top