skip to Main Content

Heeft gebruik van voedingssupplementen zin?

Dat goede voeding belangrijk is mag geen nieuws meer heten en dat dit voor kankerpatiënten in het bijzonder geldt, ook niet.

Met enige regelmaat wordt in NIEUWS vanuit verschillende gezichtspunten aandacht besteed aan goede voeding. Nog onlangs (NIEUWS nr. 28 september 2018) werden bij een artikel tien aanbevelingen van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds gegeven om de kans op kanker te verkleinen. Eén van deze aanbevelingen luidde ‘gebruik geen voedingssupplementen voor de preventie van kanker’ met als toelichting dat het beter is om te trachten de voedingsstoffen die je nodig hebt alleen uit je gewone, dagelijkse voeding te halen.

Maar wat zijn nu eigenlijk ‘voedings-supplementen’? Het woord ‘supplement’ suggereert dat het om middelen gaat die ontbreken en aangevuld moeten worden, een aanvulling dus. Een voedingssupplement is dan een aanvulling op de dagelijkse voeding met daarbij de veronderstelling dat er iets aan die voeding ontbreekt. Als je zoals aanbevolen in de eerder genoemde 10 aanbevelingen verstandig eet, is het gebruik van voedingssupplementen dan nog nodig of nuttig? We zullen zien. Vitamines en mineralen

Het Voedingscentrum (www.voedingscentrum.nl) geeft over voedingssupplementen de volgende informatie:
‘Voedingssupplementen zijn producten in de vorm van pillen, poeders, druppels, capsules
of drankjes en bedoeld als aanvulling op de dagelijkse voeding. Ze bevatten vitamines, mineralen of bioactieve stoffen, zowel apart, zoals in een vitamine C pil, of als combinatie, zoals in een multivitaminepil.
Deze synthetische of geïsoleerde vitamines, mineralen of bioactieve stoffen hebben dezelfde werking als de vitamines en mineralen die van nature in eten en drinken zitten. Wel neemt het lichaam de voedingsstoffen in pillen gemakkelijker op dan de voedingsstoffen in eten.

De meeste mensen hebben geen voedingssupplementen nodig, want ze krijgen al voldoende voedingsstoffen binnen door gevarieerd te eten. Alleen speciale groepen die extra voedingsstoffen nodig hebben, zoals zwangere vrouwen (foliumzuur en vitamine D), jonge kinderen (vitamine D) en ouderen (vitamine D) hebben duidelijk baat bij gebruik van voedingssupplementen.’

Ongewenste effecten

Het Voedingscentrum voegt er o.a. een waarschuwing aan toe want soms kunnen bepaalde stoffen juist averechts werken:
‘Voedingssupplementen met hoge doseringen antioxidanten kunnen het risico op kanker vergroten. Dit effect is gevonden voor:

• meer dan 15 milligram bètacaroteen per dag en het risico op longkanker;
• meer dan 15 milligram bètacaroteen in combinatie met vitamine A of vitamine E en het risico op maagdarmkanker.

Ook voor andere supplementen met hoge doseringen antioxidanten (maar niet voor vitamine C) zijn er aanwijzingen voor ongewenste effecten op het kanker- en sterfterisico.’

En als je wat verder zoekt blijkt het allemaal nogal ingewikkeld. Zoek op het internet naar ‘voedingssupplement’ en je krijgt een grote reeks websites te zien waar informatie wordt verstrekt en ook waar o.a. door drogisten en andere webwinkels vele soorten voedingssupplementen worden aangeboden. Ook wordt er gewaarschuwd voor spullen uit het buitenland waar leveranciers minder goed worden gecontroleerd dan in Nederland. Vooral China heeft op dit gebied een slechte naam.

Voedingssupplementen kunnen veel verschillende ingrediënten bevatten, van aminozuren en eiwitten tot kruiden en paddenstoelextracten. In 2016 ontving het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) 740 meldingen over voedingssupplementen (exclusief vitamine- en mineralenpreparaten); daaronder waren gezondheidsklachten na bewust gebruik,
of misbruik, van voedingssupplementen.

Voedingssupplementen versus geneesmiddelen

Hoewel voedingssupplementen er vaak uitzien als medicijnen (tabletten, capsules, drankjes) zijn het beslist geen medicijnen. Medicijnen vallen onder de Geneesmiddelenwet. Hierin staan allerlei strenge eisen waar bij de productie aan moet worden voldaan – naast bewijs van werkzaamheid en veiligheid. Hierdoor krijgt een medicijn de hoogst mogelijke zekerheid dat het geen stoffen bevat die niet op het etiket staan. De kans op vervuiling van een geneesmiddel met stoffen die niet op het etiket zijn vermeld is daardoor uitermate klein.

Voedingssupplementen vallen echter niet onder deze Geneesmiddelenwet, maar onder het Warenwetbesluit voedingssupplementen (van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit: NVWA) en daarvoor gelden minder strenge eisen, waardoor het risico aanwezig is dat voedingssupplementen wél verontreinigingen of andere stoffen bevatten die niet op het etiket staan vermeld. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat 2-25% van alle voor sporters aanbevolen supplementen zogenoemde dopinggeduide stoffen bevat zonder dat dit op het etiket vermeld staat.

Werkzaamheid

Geneesmiddelen die tot de markt zijn toegelaten bezitten een op wetenschappelijke wijze aangetoonde werkzaamheid.
Bij voedingssupplementen is dat niet zo. Er is wettelijk geregeld welke claims fabrikanten kunnen maken voor hun product:
• gezondheidsclaim: bewering over een verband tussen een (bestanddeel van een) voedingsmiddel en de gezondheid;
• voedingsclaim: bewering over de voedingswaarde van een voedingsmiddel;
• medische aanprijzing: bewering over het voorkómen, behandelen of genezen van een ziekte.

Algemene gezondheidsclaims zijn toegestaan, mits de consument niet wordt misleid. Ze moeten gebaseerd zijn op algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs en zijn opgenomen
in het EU Register van gezondheidsclaims. Voedingsclaims zijn ook toegestaan. Maar alleen die voedingsclaims mogen gebruikt worden die zijn opgenomen in de bijlage van verordening (EG) 1924/2006 (zie later).
Medische claims zijn onder verordening (EG) 1924/2006 verboden. Claims over ziekterisicobeperking en claims over de ontwikkeling en gezondheid van kinderen zijn vergunningplichtig. De verordening 1924/2006 bevat onder andere de volgende artikelen:

• Voedings- en gezondheidsclaims zijn gebaseerd op en onderbouwd door algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs.
• De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen een exploitant van een levensmiddelenbedrijf of een persoon die een product in de handel brengt, verzoeken alle relevante elementen en gegevens te verstrekken waaruit blijkt dat aan deze verordening wordt voldaan.

Met andere woorden, elke gezondheidsclaim van voedingssupplementen dient onderbouwd te zijn met wetenschappelijk bewijs en dat bewijs moet kunnen worden getoond. Ik zou daar aan willen toevoegen dat dat bewijs bij voorkeur ook moet zijn gepubliceerd in een te goeder naam en faam bekend staand wetenschappelijk tijdschrift zodat het in beginsel voor iedereen toegankelijk is.

Men kan zich afvragen in hoeverre in de dagelijkse praktijk aan deze eisen de hand wordt gehouden. Daarbij moet men ook goed op het taalgebruik letten want ‘werkzaam bij’ is niet hetzelfde als
‘werkzaam tegen’! Schrijver dezes heeft een keer getracht de leverancier van een middel waarvan een positief effect op prostaatkanker werd geclaimd naar bewijs van die werking gevraagd en werd vervolgens van het kastje naar de muur gestuurd en heeft dat bewijs nooit gekregen.

Tot slot het volgende. Als voor voedingssupplementen zaken worden geclaimd die te mooi lijken om waar te zijn, dan is dat vrijwel altijd ook zo.En het is hier mogelijk om een tv-uitzending over voedingssupplementen nog eens te bekijken: https://zorgnu.avrotros.nl/hulp/hulpartikelen/detail/alle-zin-en-onzin-over-voedingssupplementen-je-kunt-zeker-te-veel-binnenkrijgen/.

Back To Top
X