skip to Main Content

Het zal wel overwaaien – Het verhaal van Bert

‘Hoe meer ik weet, hoe minder ik weet’ – Albert Einstein

Op 10 januari 2020 bracht de Volkskrant het veelbesproken artikel ‘Moeten mannen zich laten testen op prostaatkanker? Je leeft er geen dag langer door, stellen critici’.

Voor- en tegenstanders komen aan het woord.Zij blijken overwegend eensgezind over PSA-screening via een bevolkingsonderzoek. Dat heeft in ons land onvoldoende draagvlak. Het artikel spitst zich toe op de individuele patiënt die bij de huisarts wel of niet een PSA-test aanvraagt. Uroloog Arjen Noordzij (Spaarne Gasthuis in Hoofddorp) is tegenstander. Hij herkent de studies waaruit blijkt dat PSAtesten tot gevolg hebben dat mensen ‘alleen langer leven met de gedachte dat je kanker hebt. En velen juist dat onverdraaglijk vinden’. Noordzij:

‘Mensen die de diagnose prostaatkanker krijgen en van de uroloog horen dat ze in aanmerking komen voor active surveillance, gaan daar vaak in eerste instantie mee akkoord. Maar als ze familieleden en vrienden vertellen over de diagnose en het advies om voorlopig geen behandeling te starten, leidt dat nogal eens tot onbegrip. De reactie is dan: ‘Wat? Je hebt kanker en je laat het gewoon zitten? Dat kan toch niet, je moet het laten weghalen!’ Drie maanden later komt zo’n patiënt dan terug op de poli en is er rotsvast van overtuigd: hij wil een operatie en daar is hij niet meer van af te brengen.’ Deze passage raakt aan m’n persoonlijke ervaring. In 2014 liep ik een aantal dagen rond met ‘hoge’ buikpijn. Mijn huisarts zag ik zelden of nooit en ook dit zou wel ‘overwaaien’. Tot een verhaal voorbij kwam van een overlever van Alvleesklierkanker. Net als ik lange afstandshardloper. Zijn eerste stap in het medisch circuit volgde op zo’n type buikpijn. Dat voelde als een ‘aanwijzing’. Ik maakte een afspraak. Twee dagen later – de buikpijn was al over – nam de huisarts de tijd. Ze haakte aan bij m’n leeftijd (56), sprak over ouder worden en stelde voor ‘eens bloed te prikken; cholesterol, PSA.. etc.’ Het leek me geen kwaad te kunnen.

Ik wist niet eens waar m’n prostaat zat….

PSA te hoog

Haar terugkoppeling ontving ik tijdens eencongres. Alles goed maar ‘die PSA is echt te hoog hoor. Daar moeten we wat mee.’ Naar ik meen was die 11. In de rumoerige ruimte drong de betekenis maar beperkt door. Zelfverwijt schoot me door het hoofd. Dat ik nooit wat had gedaan met informatie die bekenden hadden aangereikt over de prostaat en bijbehorende kwalen. Ik wist niet eens waar m’n prostaat zat…. Ik ging mee in haar advies en koos het ziekenhuis waar ik het snelst terecht kon. Een reflex.

In het weekeinde volgde bezinning. In een uitgebreide, handgeschreven brief liet ik de huisarts weten dat ze me niet moest doorsturen om mij als het ware gerust te stellen. Van het woord kanker sla ik niet direct op tilt. Ze belde me, uitte begrip en benadrukte dat ze louter op medische gronden adviseerde. En zo begon de bekende gang bij urologie, toucheren, bioptneming (blind) en MRI met als advies, ‘Meneer, gelet op uw leeftijd moet u zich laten behandelen.’ Bestralen of opereren. Inmiddels had ik mij ingelezen en contact gelegd met een ervaringsdeskundige uit mijn netwerk. Een medicus (tandarts), vijf jaar ouder, die langere tijd voor monitoring had gekozen, alvorens uiteindelijk voor een operatie te gaan.

Bovendien ga ik nog regelmatig als ‘staande man’ door het leven

Uroloog van de oude stempel

Ik dankte de uroloog en zei dat ik eerst met mijn huisarts wilde terugkoppelen. Het ontlokte de man een minzaam glimlachje. Hij zag er geen behoefte in me met een gespecialiseerd verpleegkundige in contact te brengen. Die was er niet eens. Bij de vervolgafspraak drie maanden later bleef ik er bij: ‘actief volgen’. Vanwege zijn pensionering droeg hij me over aan een collega. Achteraf begrijp ik dat hij van de oude stempel was: na zijn vertrek kwam er al snel een gespecialiseerd verpleegkundige. Mijn leven ging ondertussen gewoon verder. In november liep ik met mijn jongste zus de marathon van New York. Een levensgebeurtenis!

Voorjaar 2015 na een tweede bioptneming drong ook de nieuwe uroloog aan op behandeling. De Gleasonscore werd ongunstiger. Ik wilde de inmiddels aangestelde gespecialiseerd verpleegkundige spreken. Zij sprak begripvol over mijn wens het nog steeds bij ‘actief volgen’ te houden. ‘In het buitenland was u al lang geopereerd’ zei ze. ‘Maar in Nederland past het binnen het protocol’.
Anders dan het Volkskrant-citaat van uroloog Noordzij was ik degene die actief wilde wachten, in weerwil van het ziekenhuis. Het leidde tot hetzelfde onbegrip. In onze kerk kwamen mensen mijn echtgenote vragen of ik mijn situatie wel serieus nam. In de zomer raakte bij urologie het geduld op. Men suggereerde een tweede opinie bij het AvL. Temeer daar de gespecialiseerd verpleegkundige al weer vertrokken bleek, zonder dat men de reden kon of wilde vertellen, was ik er snel klaar mee. De administratie had vervolgens geen haast. Toen ik na drie weken nog geen oproep had belde ik er achteraan. ‘Meneer we sturen hem nu door.’ Zonder excuses. Maar dat leek me protocol, ingegeven door vrees voor juridische claims.

Beste keuze

In oktober kwam het AvL tot dezelfde conclusie als de eerste uroloog: gelet op uw leeftijd raden we u aan zich te laten behandelen. Maar men was een stuk laconieker. Mijn inmiddels gevormde voorkeur voor opereren boven bestralen bevestigde men als de -in mijn geval- beste keuze. Desgevraagd kreeg ik te horen dat de keuze om onder surveillance te blijven aan mij was. ‘En als ik me bedenk?’ ‘Dan belt u en plannen we u in.’ In het voorgesprek had gespecialiseerd verpleegkundige dhr. Van Muilwijk al gezegd dat mensen in weerwil van een advies om te wachten, gewoon geopereerd worden als dat hun voorkeur heeft. Ik waande me koning Klant.

In november vloog me de gedachte aan wat ik nog meer wilde, na eensluidend advies in twee ziekenhuizen. Zonder dralen belde ik. Met drie weken kon ik al terecht, er was een operatie uitgevallen. Half december werd de klus vakkundig geklaard. Tussen kerst en oud en nieuw kon de katheter er uit en bleek van incontinentie geen sprake. Dat is zo gebleven. Bovendien ga ik nog regelmatig als ‘staande man’ door het leven.

In november liep ik met mijn jongste zus de marathon van New York. Een levensgebeurtenis!

Blij met huisarts?

Terug naar de Volkskrant. Ben ik blij met het handelen van mijn huisarts? Ondubbelzinnig ja. Na de operatie bleek het weefsel veel meer aangetast dan de scans etc. hadden laten zien. De bevestiging dat het snijvlak ‘schoon’ was kreeg ik niet. De foute cellen zaten er (al) te dicht op. Oktober jl., vier jaar verder, mocht de controlefrequentie terug naar een jaar. Om eerlijk te zijn houdt het me zelden ‘bezig’. Alleen als iemand er naar informeert. Maar elkeen zit anders in elkaar. Algemene uitspraken treffen dan ook weinig doel. Het is maatwerk. Uit mijn ervaring trek ik één algemene conclusie. Elke man zou voor zijn vijftigste zelf het initiatief moeten nemen om zich in de materie in te lezen. De voors en tegens van de PSA-meting af te wegen en met de partner te bespreken. Dan word je niet overvallen.

Back To Top
X