Ga naar hoofdinhoud
Mea Ligthart, bekkenfysiotherapeute

Vervolg op de laatste column ‘Ik ga straks wel plassen…’ van Shannon Welgraaf-van Buren in Nieuws 43

Als ‘straks gaan plassen’ niet lukt, omdat je dan urine verliest? Wat doe je dan?

Na een prostatectomie (en/of een TURP: transurethrale resectie van de prostaat) lukt het vaak niet om de plas even uit te stellen. Door de operatie is de balans in het systeem van controle over de blaas verstoord. Dit betekent dat je dan als man in meer of mindere mate urine verliest.

Hoe kan de bekkenfysiotherapeut u ondersteunen om de balans weer te herstellen?

  • Uitleg geven over de bekkenbodemspieren en hoe mensen oefeningen kunnen doen deze te versterken
  • Uitleg geven over het opvangen van de buikdruk bij dagelijkse activiteiten
  • Uitleg over het plasdagboek ter ondersteuning van blaastraining

Er zijn mannen die vóór de operatie geen plasklachten hebben. Als de plasbuis bij prostaatkanker niet vernauwd wordt bijvoorbeeld. Mannen die een TURP operatie ondergaan, hebben vaak wel al plasklachten. Plasklachten zoals: vaak moeten plassen, niet kunnen uitstellen, blaas niet leeg kunnen plassen, minder krachtige straal en onderbroken straal, snel weer moeten plassen, persen om te kunnen plassen.

Bekkenbodem van de man

Oefenen van de bekkenbodemspieren

Vóór de operatie krijgt u het advies van de uroloog om de bekkenbodemspieren te oefenen met behulp van de Bekkenbodem App. Ervaring leert mij, als bekkenbodemfysiotherapeute, dat het oefenen van de bekkenbodemspieren met behulp van de Bekkenbodem App voor de meeste mannen (en vrouwen) heel lastig is. De meeste mensen zijn dan toch onzeker of de oefeningen wel goed gedaan worden. Als u zich daar onzeker over voelt, raad ik u aan een afspraak te maken bij een bekkenfysiotherapeut. Als u één keer voor de operatie een afspraak maakt, kunt u in alle rust leren voelen waar de bekkenbodemspieren zitten. En hoe u goed kunt voelen dat u de bekkenbodemspieren aanspant en weer ontspant.

Ontspannen van de bekkenbodemspieren is namelijk net zo belangrijk als het aanspannen van de bekkenbodemspieren. Belangrijk is dat de veerkracht (een goede coördinatie van de bekkenbodemspieren) aanwezig blijft of herstelt na de operatie. Een goede veerkracht van de bekkenbodemspieren draagt bij aan goede controle over de blaas. Als de bekkenbodemspieren een te lage of een te hoge spanning hebben, kan dit betekenen dat er minder controle is over de blaas. Vergelijk de bekkenbodemspieren maar met een trampoline. Bij een goede spanning kun je lekker springen, maar als de trampoline te strak of te slap gespannen is, lukt dat niet.

Vóór de operatie kan een bekkenfysiotherapeut u leren voelen wat u doet met uw bekkenbodemspieren. Daar heeft u vast nooit bij stil gestaan. U kunt dan leren voelen hoe krachtig u kunt aanspannen en of u ook goed kunt ontspannen. Maar, hoe krachtig moet dat zijn, zonder dat het krampachtig wordt?

U kunt zich misschien voorstellen dat als u urine verliest of de angst heeft om urine te verliezen, u gaat proberen dit te voorkomen. Dit gebeurt dan vaak door de bekkenbodemspieren krachtig, krampachtig aan te spannen. Maar weet u dat u ook urine kunt verliezen als u de bekkenbodemspieren te krachtig aanspant?

Buikdruk en ademhaling

Wat ook belangrijk is bij het kunnen ophouden van urine is een goede buikdruk bij activiteiten in uw dagelijkse leven. Als u de druk in uw buik niet goed kunt opvangen, kan dit na de operatie er mede voor zorgen dat u urine verliest. Druk in de buik ontstaat als u uw buikspieren aanspant. Dat is een normaal proces. Bij het opstaan uit een stoel spant u de buikspieren aan, dan wordt de druk in uw buikruimte hoger en daarbij ook de druk op uw blaas. Om dan de plasbuis goed gesloten te houden zullen de bekkenbodemspieren ook goed moeten reageren op de hogere buikdruk, die dan plotseling ontstaat. Kunnen de bekkenbodemspieren dit goed, dan bent u continent. De ademhaling is ook een belangrijke factor bij het behouden van een goede buikdruk bij bijvoorbeeld opstaan. Hoe u de bekkenbodemspieren samen met de ademhaling goed inschakelt na de operatie, leert u van de bekkenfysiotherapeut.

Als u geen plasklachten kende vóór uw operatie dan heeft u mogelijk nog nooit een ‘plasdagboek’ bijgehouden en heeft u ook geen idee wat ‘normaal’ is.

  • Hoe vaak gaat u naar het toilet? Gaat u vaker omdat u bang bent voor urineverlies?
  • Hoeveel plast u? Is dit een goed volume?
  • Hoeveel tijd zit er tussen de plassen? Is dit een normale frequentie?
  • Hoeveel drinkt u? Bent u minder gaan drinken uit angst voor urineverlies?
  • Wanneer u urine verliest, hoeveel dan en wat is de reden? Bij bewegen of in rust?

Na de operatie kan een plasdagboek u helpen met uw blaastraining, om weer controle over de blaas te krijgen.

 

Back To Top