skip to Main Content

De columns van Ate Vegter

Juli 2020

Het gras is groen

De lucht is blauwer dan ooit en het gras groener dan bij de buren. Ik zie een klein vliegtuigje, ver weg en hoog in de lucht alsof het op weg is naar de hemel. Ik zie een stipje en twee streepjes steeds kleiner worden, maar ze verdwijnen niet. De vogels zingen dat het een lome lust is en de lucht trilt een beetje, al is het nog lang geen zomer. Het is een graad of zeventien hier en tegen de twintig in Limburg. O, ooit nog een keer naar Limburg te gaan en langs de Maas en de heuvels te rijden, door ons enige eigen buitenland.

Ik heb een ommetje gemaakt

De warmte kruipt in mijn kleren, maar ik weet dat het met een T-shirt alleen nog te koud is. De kinderen spelen op straat en de grote mensen blijven maar binnen. Ik heb vanmorgen een ommetje gemaakt en gezien dat het hier nog steeds prachtig is, langs het water van de haven, langs de vesting, zelfs langs het groene hart, ja wij hebben hier ook een heel klein groen hartje, voor de wandelingen. Ik kom thuis en ik heb Piep even geholpen met rekenen en daarna heb ik koffie gezet en ingeschonken.

Ik voel mij goed en ik voel mij fit, maar iemand knabbelt aan mijn tijd

Niet naar het ziekenhuis

Dan gaat de telefoon. De oncoloog. Ik wist dat hij zou bellen. Ik mocht niet naar het ziekenhuis komen. Hij is vriendelijk en rustig, eerlijk en nuchter. Een oncoloog liegt niet. We praten wat. Dan komt hij ter zake. Mijn bloed is geprikt. Mijn waarde is opgelopen. Hij wil meer beeld. Hij wil een scan laten maken. Twee. Daarna volgt de verdere behandeling. Ik voel mij goed en ik voel mij fit, maar iemand knabbelt aan mijn tijd. Ik vraag mij af hoeveel voorjaren ik nog heb. Hoeveel lentes zal mijn pensioen nog duren? Of zal het alleen nog maar winter zijn voordat ik halsoverkop het totaal uitgestorven hiernamaals binnen donder? Laten we geen haast maken. Niet overdrijven. Ik heb nog altijd alle tijd. Even later krijg ik zomaar een bos roze rozen. Zomaar.

Maart – 2020

Durf het te zeggen

Vanmorgen had ik weer een afspraak in het Antoni van Leeuwenhoek. Ik kom daar sinds mijn prostaatoperatie in 2012 regelmatig.

Nu weer elke drie maanden, want de PSA-waarde loopt op. Ik kom er graag, want daar ben ik de regel en niet de uitzondering. Het ziekenhuis heeft de laatste jaren een ingrijpende verbouwing ondergaan en het is nu allemaal veel mooier en beter en je moet ook veel langer lopen van de parkeerplaats naar de ingang, want de ondergrondse parkeergarage is magazijn geworden. Tot zover niets dan lof.

Iemand nog koffie?

Ik meld mij bij een computer en pak een kop koffie uit de koffieautomaat. Even later komt er een dame langs met een koffiewagen:

– Iemand nog koffie? Niemand reageert.Ze kijkt even rond, en zegt dan, bijna fluisterend:
– De koffie uit die automaat hier schijnt niet zo lekker te zijn, maar wij komen hier elke dag, meestal zo rond een uur of elf.
Vriendelijk en behulpzaam en altijd deskundig en attent Bijna gooi ik mijn koffie weg en vraag haar een kopje, maar ik wacht te lang en het moment is voorbij, maar ze heeft gelijk. De koffie is niet te drinken.

Personeel van het AvL is top

Ik hoor de dokter mijn naam roepen. Ik geef een hand en we lopen naar de spreekkamer. Het personeel van het AvL is echt altijd top. Vriendelijk en behulpzaam en altijd deskundig en attent, behalve dan deze dokter. Deze hangt onderuitgezakt achter de computer en komt tijdens het hele gesprek ook geen moment overeind:

– Heeft u nog klachten?
– Nee.
– O, u heeft geen klachten?
– Nee, ik heb nergens last van, als u dat bedoelt.
– De PSA-waarde is nu 0,52, dat is weer een verdubbeling.
– Ja, dat zat er wel in. Ik dacht altijd dat van alle kankers prostaatkanker wel één van de luiste is, maar hij begint nu toch op stoom te komen.
– We hebben het daar vorige keer al uitvoerig over gehad. U wilt geen operatie?
– Nee, dat lijkt mij gezien het geringe resultaat en de uitgebreide bijwerkingen geen goed pad. Wat is het scenario, als de PSA zo blijft stijgen?
– Dat durf ik niet te zeggen, het kan alle kanten op, het kan ook stabiliseren of sneller gaan.
– Maar als de PSA zo blijft stijgen als nu.
– Dan moeten we hormoontherapie overwegen.
– Bij welke waarde?
– Dat durf ik niet te zeggen. Je weet niet hoe snel het gaat.
– Maar bij welke PSA-waarde beginnen we dan mogelijk met de hormoontherapie?
– Zo rond de vijf.
– Dus als het elke drie maanden verdubbelt, dan is dat over, even kijken, 0,5, 1, 2, 4, 8, dat is dan over zeg maar negen maanden.
– Dat durf ik niet te zeggen.
– Daarom zeg ik het. En na de hormoontherapie?
– Hoe bedoelt u?
– Wat doen we na de hormoontherapie, als die is uitgewerkt?
– Dan volgt chemotherapie, maar dat is nu nog niet aan de orde.
– Dat begrijp ik.
– Overweegt u nog bestraling als de kanker in één klier gelokaliseerd kan worden?
– Dat is een moeilijke vraag. Als het wat oplevert wel, maar als het meer schade toebrengt niet.
– Je kan altijd wat kapotmaken, zoals de urineleider. En u bent al bestraald, dus dat wordt lastig.
– Dat maakt mijn beslissing gemakkelijker. Laten we het niet doen.
– Goed. Dan maken we een nieuwe afspraak over drie maanden.

Hoe is het met mevrouw S.?

(Mevrouw S. is een buitengewoon charmante vrouw van een zekere leeftijd, waar ik al veel van dit soort gesprekken mee gedaan heb en waarmee het altijd klikt. Opeens werd zij vervangen door deze dokter, ik weet niet waarom, maar ik ga het nu terugdraaien.)

– Goed.
– Ik wil graag een afspraak met haar.
– Dat is prima, wanneer?
– Over drie maanden.
– O, in plaats van deze afspraak.
– Precies.
– Dat kan.
– Dat is fijn.

Het wordt in de computer aangepast en we nemen afscheid. Bij het secretariaat maak ik de afspraak met mevrouw S. Blij dat dat gelukt is zoek ik de Volvo op en rij door de regen naar huis.

Kanker kun je hebben – Het verhaal van Ate

Oktober 2019

Het is nog vroeg. Ik stap in de auto en rijdt niet naar mijn werk, maar naar de parkeergarage onder de Stopera.

Ik heb een training in de Boomspijker aan de Rechtboomsloot in het oude hart van Amsterdam. Ik kan veel beter met de bus gaan maar ik durf dat niet meer zo goed omdat ik tegenwoordig steeds vaker moet plassen. Het is een prachtige dag, ik loop al genietend van het Waterlooplein naar de Rechtboomsloot en maak foto’s van de oude stad. Op weg naar een training over vitaliteit, ik weet dat er veel ruimte is om iets te delen en heb besloten dat ik vandaag wil bespreken waarom het zo moeilijk is om met anderen over mijn ziekte te praten. We zitten in een kring en iedereen krijgt uitgebreid het woord. Nadat ik al drie keer naar de wc ben geweest is het mijn beurt. Ik vertel dat het met mij wel goed gaat, dat mijn werk een vertrekkend circus is en welke dingen ik nog wil doen voor mijn pensioen.

Van urologie naar oncologie

Dan vertel ik dat het met mijn lichaam helemaal niet goed gaat, ik vertel over de oplopende PSA en de scans in het AVL op mijn verjaardag en de uitslag daarvan. Dat de hormoonbehandeling, hoeveel opvliegers je er ook van krijgt, toch niet voldoende aanslaat, dat er iets anders moet gebeuren. Dat ik nu de volgende stap moet zetten in plaats van over een paar jaar. Dat er uitzaaiingen zijn in de botten. Dat dat precies is wat prostaatkanker normaal doet. Dat ik nu overga van urologie naar oncologie. Dat ze daar beslissen over aanvullende hormoonbehandelingen en chemo. En dat het lastig is om dat aan mensen te vertellen.

MET MIJN LICHAAM GAAT HET HELEMAAL NIET GOED

Dan gebeurt er iets wat ik nog niet eerder heb gehad in de afgelopen jaren. Ik begin te huilen, het stopt niet meer. De groep draagt het verdriet, ik laat mijn tranen komen en stromen en komen en stromen. Dan zeg ik door mijn tranen heen dat ik het wel kan hebben om kanker te hebben maar dat ik het lastig vind om de liefde te ontvangen die ik daarvoor terugkrijg van andere mensen. Dat is de kern, dat is waar het om draait. Ik ben er. Ik droog mijn tranen en snuit mijn neus.

Angsten en verdriet delen

Ik vertel dat ik mij gedragen weet door mijn vrienden en familie, door mijn dappere vrouw en mijn lieve, nog zo jonge dochter. Als ik over haar begin, begin ik weer, de tranen blijven nog wel even lopen maar de top van de berg is nu gepasseerd, ik weet dat het gaat over liefde. Ook de anderen gaan open als klavertjes op een zonnige dag, sommigen delen over hún angsten en verdriet. Het is mooi, het reinigt en het loutert er is een groot veld van aanwezigheid. Wat is er mooier dan te delen over het leven en de dood?

IK BEGIN TE HUILEN EN HET STOPT NIET MEER

Troost van de grote meester

Het is de laatste bijeenkomst van deze groep, we spreken af dat we elkaar nog een keer zullen zien, ook al bloeden dat soort plannen meestal snel dood, dan hoeven we vandaag tenminste geen afscheid te nemen, want wie wil er eigenlijk afscheid nemen?
Ik loop naar buiten, terug door die prachtige oude stad, langs het Rembrandthuis waar een groepje scholieren wordt toegesproken door een juf met harde stem. Opeens realiseer ik mij dat ik een Museumkaart heb, aarzelend loop ik naar binnen om te kijken hoe dat dan gaat. Ik krijg een kaartje voor niks en mag zo doorlopen. Dan troost ik mij aan de ragfijne lijnen van de grote meester.

Back To Top
X