skip to Main Content
Catch22

Ate Vegter is columnist bij het Noordhollands Dagblad. Hij heeft een dagelijks blog op WordPress: www.atevegter.wordpress.com

Maart 2021

De baard verhaart niet

Het is een leuk gesprek, een paar maanden geleden, met de oncoloog. Het is dan ook een vriendelijke oncoloog die Vincent, zoals alle mensen die ik ken die Vincent heten aardig zijn.

We hebben ook reden tot optimisme want de PSA is gedaald van 22 naar 15. Wel zegt hij erbij dat door de cocktail aan medicijnen de baard kan uitvallen en de baardgroei zal verminderen, of andersom. Ik weet het niet meer.

Op weg naar huis denk ik aan mijn baard. Het is een klein actueel baardje zonder noemenswaardige aanwezigheid en wie zou hem eigenlijk missen? Als er iets uit te vallen valt dan moet het wel de moeite waard zijn. Met mijn levensmotto alles of niets besluit ik me vanaf dat moment niet meer te scheren. Voor de harmonie laat ik dan ook maar mijn haar groeien. Ik ben benieuwd hoe het zal staan.

Mijn dingetje

Het valt allemaal nogal tegen, of mee, net hoe je er tegenaan kijkt. Mijn haar groeit als een wilde en mijn baard kan heel goed meekomen, als is hij inderdaad wat trager dan ik gewend ben, maar van uitval is geen sprake, hoe ik mijn kussen in de vroege morgen ook afspeur. Zo verwilder ik te midden van mijn keurige kleinstedelijke omgeving, die zich afvraagt wat er toch aan de hand is, maar ik leg het maar aan een paar mensen uit. Het is mijn dingetje met de oncoloog.

De PSA is gedaald van 22 naar 15

Het is een prettig gesprek afgelopen maandag, met Vincent. Ik leg hem uit waarom ik er zo verwilderd uitzie en hij begint te lachen: ‘Kun je nagaan hoe lang de baard geweest zou zijn zonder medicijnen.’ Ja, zo lust ik er nog wel één, zou mijn goede vader zeggen. Dat zullen we nooit weten. De PSA is gedaald van 15 naar 6 en dat is opnieuw reden tot grote vreugde en we praten nog wat na over onze dochters en dan maken we een nieuwe afspraak in maart.

Thuis kijk ik nog eens in de spiegel. Het is niks. Lief vraagt of ik nog wil dat ze mij mooi vindt. IJdel als ik ben en geliefd als ik wil zijn scheer ik onmiddellijk mijn baard af. Dan ga ik naar Anja op de hoek van de Kerkstraat en het Zonnepad. Zij knipt mijn haar. Er ligt een mooi zwart pruikje op de grond, met wat grijze streken. Op weg naar huis voel ik de winterse kou met mijn wangen spelen.

Catch22

Ate Vegter is columnist bij het Noordhollands Dagblad. Hij heeft een dagelijks blog op WordPress: www.atevegter.wordpress.com

December 2020

De gemakkelijkste weg

Ik loop alweer een tijdje bij de oncoloog, maar omdat ik steeds meer last krijg van incontinentie, maken we ook een afspraak met de uroloog.

De dag voor de afspraak word ik gebeld, of het morgen ook telefonisch kan in verband met corona. Ik heb geen bezwaar en vind het zelfs prettiger. Met de uroloog bespreek ik telefonisch de waterstanden en we maken een afspraak om in de blaas te kijken.

Dat is al een paar keer gebeurd. Iedereen weet wat de gemakkelijkste weg is om in of uit de blaas te komen, maar het went nooit. Ik ben mooi op tijd in het ziekenhuis en wordt van harte welkom geheten door een speciaal testteam, dat mij de gezondheidsvragen stelt en mijn temperatuur opneemt. Ik heb geen koorts. Ik moet mijn handen ontsmetten en met een mondkapje op mag ik dan het ziekenhuis in. Ik ga met de trap naar de tweede verdieping. Iedereen wijkt ruim uit, dat gaat hier heel wat vanzelfsprekender dan in de supermarkt, waar iemand soms vlak voor je langs nog gauw even wat wil pakken.

De wachtkamer zit half vol, maar er is nog maar één stoel vrij. De andere stoelen zijn afgeplakt. Ik ga zitten en pak mijn boek, De goede zoon van Rob van Essen. De arts loopt een half uur uit, maar dat is niet erg. Ik ben de goede zoon.

Of het morgen ook telefonisch kan in verband met corona

Praatje maken

Even later word ik opgehaald door een verpleegkundige, we maken een praatje en ontdekken dat we allebei uit Monnickendam komen, maar we kennen elkaar niet. Ik moet mij half uitkleden in een hokje en mag daarna plaatsnemen op de stoel. Ik adem goed door, dan valt het allemaal wel mee. Ook kijk ik graag op het scherm naar de weg die wordt gevolgd. Via een roze tunnel komen we in de blaas die er gezond en fris uit ziet als een concertzaal in coronatijd.

Dat ziet er goed uit, zegt de vriendelijke arts. Ik vraag of al dat plassen dan komt door een afnemende capaciteit van de blaas, maar dat is het niet. Het is een bijwerking van de bestraling. Ik kan de bekkenbodemspier wat meer trainen en hij heeft ook nog wel pillen die kunnen helpen, solifenacine. Ondertussen heb ik nog steeds mijn mondkapje op, wat wel een beetje benauwd is maar ook wat afleiding geeft en opluchting wanneer ik het even later bij het verlaten van het ziekenhuis afzet.

September 2020

Naar de bliksem

Na drie jaar hebben Bicalutamide en ik afscheid van elkaar genomen. De chemie is er niet meer.

Het begint zo goed en ze helpt me elke dag om de barometerstanden laag te houden, maar ook al ontbijt je elke dag met elkaar, op een gegeven moment werkt het gewoon niet meer. De oncoloog heeft het ook al gezien en we besluiten met z’n drieën er dan maar mee te stoppen.

Ik moet langs de afdeling Beeldvorming voor nieuwe foto’s om te kijken hoe ik ervoor sta. Even denk ik aan mijn oude leraren tekenen en kunstgeschiedenis, die het ook altijd over beeldende vorming hadden. Kijk, als je tekent zie je meer, was hun slogan om het kunstonderwijs aantrekkelijk te maken. De oncoloog zegt in feite hetzelfde: kijk, als je scant zie je meer.

Geen illusie

De beelden zijn niet onverwacht slecht. Het is wat donkerder geworden, maar ja, het gaat al een tijdje bergafwaarts met mij, net als vroeger op school in dit soort gesprekken met mijn vader, maar ik heb ook niet de illusie dat hij zal zeggen, nou meneer Vegter, we staan versteld! Alle uitzaaiingen zijn als sneeuw voor de zon verdwenen! Ik bedoel, dat was wel groot nieuws geweest, maar onverwacht. Nu brengt hij helder en vriendelijk de voortgang van de kanker in beeld. De foto’s van mijn skelet, met daarop de uitzaaiingen als zwarte muggen op de aangetaste plekken, zijn nog net iets donkerder dan vorig jaar, maar dan moet je wel goed kijken naar een inmiddels alweer aardig vertrouwd beeld.

We spreken over medicijnen en andere medicijnen en nog meer medicijnen en in goed overleg zal ik ook meedoen met een Stevie Wonder onderzoek, zo noem ik het maar even, een dubbelblind onderzoek naar een nieuw medicijn, waarbij niemand weet of je het medicijn krijgt of een placebo. Die helpen ook overal tegen heb ik wel eens gelezen.

In ieder geval ga ik met een enorme berg papier de deur uit, om door te nemen. Ik heb het allemaal keurig op een stapel gehouden, totdat gisteren een aardig meisje belt, dat met enige terughoudendheid in haar stem vraagt, wanneer ze langs kan komen om de spullen voor het Zoledrinezuur-infuus te brengen. Dan besef ik dat een nieuwe tijd is aangebroken.

Juli 2020

Het gras is groen

De lucht is blauwer dan ooit en het gras groener dan bij de buren. Ik zie een klein vliegtuigje, ver weg en hoog in de lucht alsof het op weg is naar de hemel. Ik zie een stipje en twee streepjes steeds kleiner worden, maar ze verdwijnen niet. De vogels zingen dat het een lome lust is en de lucht trilt een beetje, al is het nog lang geen zomer. Het is een graad of zeventien hier en tegen de twintig in Limburg. O, ooit nog een keer naar Limburg te gaan en langs de Maas en de heuvels te rijden, door ons enige eigen buitenland.

Ik heb een ommetje gemaakt

De warmte kruipt in mijn kleren, maar ik weet dat het met een T-shirt alleen nog te koud is. De kinderen spelen op straat en de grote mensen blijven maar binnen. Ik heb vanmorgen een ommetje gemaakt en gezien dat het hier nog steeds prachtig is, langs het water van de haven, langs de vesting, zelfs langs het groene hart, ja wij hebben hier ook een heel klein groen hartje, voor de wandelingen. Ik kom thuis en ik heb Piep even geholpen met rekenen en daarna heb ik koffie gezet en ingeschonken.

Ik voel mij goed en ik voel mij fit, maar iemand knabbelt aan mijn tijd

Niet naar het ziekenhuis

Dan gaat de telefoon. De oncoloog. Ik wist dat hij zou bellen. Ik mocht niet naar het ziekenhuis komen. Hij is vriendelijk en rustig, eerlijk en nuchter. Een oncoloog liegt niet. We praten wat. Dan komt hij ter zake. Mijn bloed is geprikt. Mijn waarde is opgelopen. Hij wil meer beeld. Hij wil een scan laten maken. Twee. Daarna volgt de verdere behandeling. Ik voel mij goed en ik voel mij fit, maar iemand knabbelt aan mijn tijd. Ik vraag mij af hoeveel voorjaren ik nog heb. Hoeveel lentes zal mijn pensioen nog duren? Of zal het alleen nog maar winter zijn voordat ik halsoverkop het totaal uitgestorven hiernamaals binnen donder? Laten we geen haast maken. Niet overdrijven. Ik heb nog altijd alle tijd. Even later krijg ik zomaar een bos roze rozen. Zomaar.

Maart – 2020

Durf het te zeggen

Vanmorgen had ik weer een afspraak in het Antoni van Leeuwenhoek. Ik kom daar sinds mijn prostaatoperatie in 2012 regelmatig.

Nu weer elke drie maanden, want de PSA-waarde loopt op. Ik kom er graag, want daar ben ik de regel en niet de uitzondering. Het ziekenhuis heeft de laatste jaren een ingrijpende verbouwing ondergaan en het is nu allemaal veel mooier en beter en je moet ook veel langer lopen van de parkeerplaats naar de ingang, want de ondergrondse parkeergarage is magazijn geworden. Tot zover niets dan lof.

Iemand nog koffie?

Ik meld mij bij een computer en pak een kop koffie uit de koffieautomaat. Even later komt er een dame langs met een koffiewagen:

– Iemand nog koffie? Niemand reageert.Ze kijkt even rond, en zegt dan, bijna fluisterend:
– De koffie uit die automaat hier schijnt niet zo lekker te zijn, maar wij komen hier elke dag, meestal zo rond een uur of elf.
Vriendelijk en behulpzaam en altijd deskundig en attent Bijna gooi ik mijn koffie weg en vraag haar een kopje, maar ik wacht te lang en het moment is voorbij, maar ze heeft gelijk. De koffie is niet te drinken.

Personeel van het AvL is top

Ik hoor de dokter mijn naam roepen. Ik geef een hand en we lopen naar de spreekkamer. Het personeel van het AvL is echt altijd top. Vriendelijk en behulpzaam en altijd deskundig en attent, behalve dan deze dokter. Deze hangt onderuitgezakt achter de computer en komt tijdens het hele gesprek ook geen moment overeind:

– Heeft u nog klachten?
– Nee.
– O, u heeft geen klachten?
– Nee, ik heb nergens last van, als u dat bedoelt.
– De PSA-waarde is nu 0,52, dat is weer een verdubbeling.
– Ja, dat zat er wel in. Ik dacht altijd dat van alle kankers prostaatkanker wel één van de luiste is, maar hij begint nu toch op stoom te komen.
– We hebben het daar vorige keer al uitvoerig over gehad. U wilt geen operatie?
– Nee, dat lijkt mij gezien het geringe resultaat en de uitgebreide bijwerkingen geen goed pad. Wat is het scenario, als de PSA zo blijft stijgen?
– Dat durf ik niet te zeggen, het kan alle kanten op, het kan ook stabiliseren of sneller gaan.
– Maar als de PSA zo blijft stijgen als nu.
– Dan moeten we hormoontherapie overwegen.
– Bij welke waarde?
– Dat durf ik niet te zeggen. Je weet niet hoe snel het gaat.
– Maar bij welke PSA-waarde beginnen we dan mogelijk met de hormoontherapie?
– Zo rond de vijf.
– Dus als het elke drie maanden verdubbelt, dan is dat over, even kijken, 0,5, 1, 2, 4, 8, dat is dan over zeg maar negen maanden.
– Dat durf ik niet te zeggen.
– Daarom zeg ik het. En na de hormoontherapie?
– Hoe bedoelt u?
– Wat doen we na de hormoontherapie, als die is uitgewerkt?
– Dan volgt chemotherapie, maar dat is nu nog niet aan de orde.
– Dat begrijp ik.
– Overweegt u nog bestraling als de kanker in één klier gelokaliseerd kan worden?
– Dat is een moeilijke vraag. Als het wat oplevert wel, maar als het meer schade toebrengt niet.
– Je kan altijd wat kapotmaken, zoals de urineleider. En u bent al bestraald, dus dat wordt lastig.
– Dat maakt mijn beslissing gemakkelijker. Laten we het niet doen.
– Goed. Dan maken we een nieuwe afspraak over drie maanden.

Hoe is het met mevrouw S.?

(Mevrouw S. is een buitengewoon charmante vrouw van een zekere leeftijd, waar ik al veel van dit soort gesprekken mee gedaan heb en waarmee het altijd klikt. Opeens werd zij vervangen door deze dokter, ik weet niet waarom, maar ik ga het nu terugdraaien.)

– Goed.
– Ik wil graag een afspraak met haar.
– Dat is prima, wanneer?
– Over drie maanden.
– O, in plaats van deze afspraak.
– Precies.
– Dat kan.
– Dat is fijn.

Het wordt in de computer aangepast en we nemen afscheid. Bij het secretariaat maak ik de afspraak met mevrouw S. Blij dat dat gelukt is zoek ik de Volvo op en rij door de regen naar huis.

Kanker kun je hebben – Het verhaal van Ate

Oktober 2019

Het is nog vroeg. Ik stap in de auto en rijdt niet naar mijn werk, maar naar de parkeergarage onder de Stopera.

Ik heb een training in de Boomspijker aan de Rechtboomsloot in het oude hart van Amsterdam. Ik kan veel beter met de bus gaan maar ik durf dat niet meer zo goed omdat ik tegenwoordig steeds vaker moet plassen. Het is een prachtige dag, ik loop al genietend van het Waterlooplein naar de Rechtboomsloot en maak foto’s van de oude stad. Op weg naar een training over vitaliteit, ik weet dat er veel ruimte is om iets te delen en heb besloten dat ik vandaag wil bespreken waarom het zo moeilijk is om met anderen over mijn ziekte te praten. We zitten in een kring en iedereen krijgt uitgebreid het woord. Nadat ik al drie keer naar de wc ben geweest is het mijn beurt. Ik vertel dat het met mij wel goed gaat, dat mijn werk een vertrekkend circus is en welke dingen ik nog wil doen voor mijn pensioen.

Van urologie naar oncologie

Dan vertel ik dat het met mijn lichaam helemaal niet goed gaat, ik vertel over de oplopende PSA en de scans in het AVL op mijn verjaardag en de uitslag daarvan. Dat de hormoonbehandeling, hoeveel opvliegers je er ook van krijgt, toch niet voldoende aanslaat, dat er iets anders moet gebeuren. Dat ik nu de volgende stap moet zetten in plaats van over een paar jaar. Dat er uitzaaiingen zijn in de botten. Dat dat precies is wat prostaatkanker normaal doet. Dat ik nu overga van urologie naar oncologie. Dat ze daar beslissen over aanvullende hormoonbehandelingen en chemo. En dat het lastig is om dat aan mensen te vertellen.

MET MIJN LICHAAM GAAT HET HELEMAAL NIET GOED

Dan gebeurt er iets wat ik nog niet eerder heb gehad in de afgelopen jaren. Ik begin te huilen, het stopt niet meer. De groep draagt het verdriet, ik laat mijn tranen komen en stromen en komen en stromen. Dan zeg ik door mijn tranen heen dat ik het wel kan hebben om kanker te hebben maar dat ik het lastig vind om de liefde te ontvangen die ik daarvoor terugkrijg van andere mensen. Dat is de kern, dat is waar het om draait. Ik ben er. Ik droog mijn tranen en snuit mijn neus.

Angsten en verdriet delen

Ik vertel dat ik mij gedragen weet door mijn vrienden en familie, door mijn dappere vrouw en mijn lieve, nog zo jonge dochter. Als ik over haar begin, begin ik weer, de tranen blijven nog wel even lopen maar de top van de berg is nu gepasseerd, ik weet dat het gaat over liefde. Ook de anderen gaan open als klavertjes op een zonnige dag, sommigen delen over hún angsten en verdriet. Het is mooi, het reinigt en het loutert er is een groot veld van aanwezigheid. Wat is er mooier dan te delen over het leven en de dood?

IK BEGIN TE HUILEN EN HET STOPT NIET MEER

Troost van de grote meester

Het is de laatste bijeenkomst van deze groep, we spreken af dat we elkaar nog een keer zullen zien, ook al bloeden dat soort plannen meestal snel dood, dan hoeven we vandaag tenminste geen afscheid te nemen, want wie wil er eigenlijk afscheid nemen?
Ik loop naar buiten, terug door die prachtige oude stad, langs het Rembrandthuis waar een groepje scholieren wordt toegesproken door een juf met harde stem. Opeens realiseer ik mij dat ik een Museumkaart heb, aarzelend loop ik naar binnen om te kijken hoe dat dan gaat. Ik krijg een kaartje voor niks en mag zo doorlopen. Dan troost ik mij aan de ragfijne lijnen van de grote meester.

Back To Top