Skip to content

Marijke Galgenbeld

Vandaag rij ik naar Groesbeek, waar ik in gesprek zal gaan met Hans Crone. In april dit jaar werd hij gediagnosticeerd met uitgezaaide prostaatkanker. Hans wil graag zijn verhaal vertellen, omdat hij na zijn diagnose keuzes maakte en die niet goed kon toetsen aan de situatie van lotgenoten.

Hoe begon dit voor jou?
‘Alles begon eigenlijk vijf jaar geleden toen ik met rugklachten naar het ziekenhuis werd verwezen. Naast onderzoeken van mijn rug werd er ook uitgebreid bloed geprikt, waaronder PSA en die waarde bleek verhoogd te zijn. Toen ik dat besprak met mijn huisarts kwamen we samen tot dezelfde conclusie, namelijk ‘niets doen’. Want naar mijn mening wordt er binnen de gezondheidszorg echt te veel overbehandeld en daar ben ik geen voorstander van. Het was dus een bewuste keuze om niet tot actie over te gaan.

Later kreeg ik moeite met plassen en zo belandde ik na een paar jaar toch nog bij de uroloog. De PSA bleek 43 te zijn. De uroloog heeft gevoeld en zei dat het voor 95% zeker was dat het ging om een hooggradige prostaatkanker.

Dit was in één keer andere koek. Maar ik legde me er eigenlijk meteen bij neer. Ik zou een MRI krijgen en biopten. Omdat de MRI pas een maand later gedaan kon worden, had ik die tijd om na te denken. En al vrij snel kwam in mij op dat ik hier niets mee wilde doen, want ik had gelezen dat de behandelingen van prostaatkanker niet fijn waren. De uroloog had mij ook verteld dat ik waarschijnlijk met een hormoonbehandeling moest beginnen en ze lichtte mij in over de bijwerkingen en dat zou volgens haar alleen zijn dat ik geen erectie meer zou kunnen krijgen. Alsof dat het enige was. Later las ik dat er veel meer gebeurt met je lichaam. Zo las ik over hormoonbehandeling dat je energieniveau met de helft afneemt, waarop mijn vrouw zei: ‘Maar dan ben je Hans niet meer.’ En dat zei mijn gevoel ook.

Een beetje ‘illegaal’
Voor mij was het toen helemaal duidelijk dat ik er niets mee wilde doen. Ik nam contact op met de Prostaatkankerstichting en vroeg of zij mensen kenden, die er net als ik voor hadden gekozen zich niet te laten behandelen. Ik vroeg mij eveneens af of er mensen zouden zijn die niet eens een diagnose wilden? Zo kwam ik in contact met iemand van de lotgenotenmail, die mij uitnodigde mee te lopen met de wandelgroep van Nijmegen, zie N47 (juni 2023). Dan kon ik met hem hierover in gesprek gaan tijdens het wandelen. Dus nog voordat ik de diagnose prostaatkanker had, wandelde ik al mee met dit gezelschap. Eigenlijk een beetje ‘illegaal’, want misschien had ik wel helemaal geen prostaatkanker. De groep was heel leuk en ik voelde me er meteen erg thuis, terwijl ik niet iemand ben die zich meteen ergens ingooit. Het voelde onmiddellijk vertrouwd. Je hebt uiteindelijk allemaal hetzelfde, dus je hoeft niks uit te leggen.

De gedachte werd steeds sterker dat ik geen diagnose hoefde, omdat ik al zeker wist dat ik me niet zou laten behandelen. Iemand van de groep stelde mij echter de vraag of het toch niet verstandiger zou zijn wel een MRI te laten maken, omdat je anders nooit zeker weet of je wel of geen prostaatkanker hebt.

Naar aanleiding daarvan besloot ik toch voor de MRI te gaan en dat gaf duidelijkheid: de kanker zat in mijn prostaat, in twee lymfeklieren en in de zaadblaasjes. Niet te genezen, alleen palliatief te behandelen. Het was voor mij toen helder. ‘Vaak moeten plassen’ was de enige klacht die ik had. Verder heb ik op dit moment een hele goede conditie en ik werk nog. En als ik me realiseer dat de behandelingen mij waarschijnlijk klachten gaan geven, denk ik dat ik nu de goede keuze maak.

Geen doodsangst of levensdrang
Er speelt nog iets belangrijks mee. Ik heb geen doodsangst of levensdrang. Natuurlijk leef ik graag en ben ik gek op de mensen waar ik van hou, mijn vrouw, kinderen, kleinkinderen, maar het is een soort diep besef dat er dingen zijn waar je niks over te zeggen hebt. Iedereen gaat een keer dood. Wanneer en waaraan weet je toch niet. Dat kan dan niet leuk zijn, maar daar kan je niks aan veranderen. Ik ben nu zeventig jaar oud, dat is geen gekke leeftijd. Het zou heel anders zijn als ik veertig jaar was geweest.’

Je moet wel het karakter hebben dat je het aankan om af te wachten. In plaats van controle willen hebben moet je kunnen loslaten.

‘Als je behandeld wordt, heb je ook nergens controle over, want bij controle hebben hoort een ‘stop’ knop, die hier echter niet bijgeleverd wordt. Dus dat houdt mij niet bezig.’

Je vrouw en kinderen moeten hier wel in mee kunnen gaan. Uiteindelijk bepaal jij, maar zij moeten zich er eveneens in kunnen vinden lijkt mij. Hoe ging dat?

‘Zij snappen het verhaal en dat geeft rust. Mijn vrouw en zoons staan volledig achter mijn keuze en mijn zoons beseffen wel dat hun ouders er ook niet voor eeuwig zullen zijn. Zij respecteren mijn standpunt. Dit is uiteindelijk een rationele keuze, behandelen levert meer nadelen dan voordelen op.

Ik heb er niks over te zeggen hoe het verder zal verlopen, dus ik probeer mijn leven zo goed mogelijk te leven. Ik zorg dat ik een goede conditie heb, om nóg meer van dingen te kunnen genieten, níet om langer te leven. Ik drink lekker mijn wijntje en doe leuke dingen.

Ik had er graag met anderen, die er hetzelfde instaan, over willen praten, maar die vond ik niet. Door dit artikel kan ik mannen mijn verhaal vertellen en dan kunnen zij hierin hun eigen beslissingen nemen. Mensen kunnen zich ervan bewust worden dat dit ook een keuze kan zijn. Dat je niet automatisch datgene wat aanbevolen wordt hoeft te doen.’

Back To Top