skip to Main Content

Huisarts Rudy Van Giel krijgt net op het moment dat hij met pensioen gaat, te horen dat hij prostaatkanker heeft. Een arts wordt plots patiënt. Geen uniek gegeven, maar het boek dat uit deze ervaringen voortspruit, is wél uniek. Hij beschrijft op een onnavolgbare manier en met veel humor de absurde situaties waarin hij dan terechtkomt. En vooral: op een ontwapenende manier doorbreekt hij een sterk taboe.

Zoals elke patiënt wordt dr. Van Giel weleens overmeesterd door onrust en angst, maar het is gelukkig niet allemaal kommer en kwel. Hij wordt omgeven door collega’s van wereldniveau en door ongemeen behulpzame verpleegkundigen. Maar vooral de overgang van ziekenhuis naar  de thuissituatie levert absurde situaties op, soms wrang en soms fel inwerkend op de lachspieren.

Met die humor stelt dr. Van Giel (geen nabije familie van Roel Van Giel, red.) flink wat scheefgegroeide situaties aan de kaak. Dat is best ontnuchterend nu iedereen meer dan ooit de mond vol heeft van geïntegreerde zorg en het samenspel tussen ziekenhuizen en thuiszorg.

Door een toevalstreffer komt aan het licht dat hij een sterk kwaadaardige vorm van prostaatkanker heeft. Louter met een operatie komt hij er zeer goed uit. De operatie viel best mee, maar “die incontinentie! Ik verloor 1,5 tot 2 liter per dag door drie pampers heen. Iemand die het niet beleefd heeft, kan zich niet voorstellen welke repercussie dat psychologisch heeft.”

Al liggend slaatje eten
“Het is onvoorstelbaar wat je tegenkomt in die grote centra en in de nazorg. Op 12 maanden lag ik zes keer in het ziekenhuis, onderging ik vijf narcoses en vier ingrepen. Maar het kwam goed. Ik ben eindelijk droog, maar dan kom ik weer in de corona terecht! (lacht)”

Een voorbeeld van het absurdisme: ik mocht na de operatie niet rechtop. Dan krijg ik een slaatje geserveerd. Je moet dat eens proberen te eten als je plat op je rug ligt.”

“Of nog. Je moet schriftelijk akkoord gaan met enkele betalingsvoorwaarden op een moment dat je met je blote kont in gynaecologische houding ligt. Dan verschijnt er een verpleegkundige tussen je benen die een papier boven je blote piemel houdt met de vraag om dat te tekenen. Dan schrijf ik: ‘Geprezen en goed besmeurd…’ Enfin, wie doet nu zoiets?”

“Uiteindelijk zijn het kleinigheden maar het zijn ook tekens aan de wand dat er iets niet klopt.”

Kleinigheden die de auteur dus met een flinke dosis humor aan de man brengt. Onder meer gesteund door Marleen Temmerman en Mark Coenen, die smakelijk om zijn verhalen moesten lachen, werd het boek uitgegeven.

Niet drinken, wel plassen
“Toen ik was opgenomen om mijn sonde te laten uitnemen, vergaten ze me gewoon. Je krijgt geen eten of drinken en dan krijg je de opmerking: “Wel, je plast niet?” Natuurlijk niet als je geen drinken krijgt. Dit soort knotsgekke dingen kwam ik geregeld tegen.

“Ik kreeg trouwens ooit papieren van het Riziv, zowat 20kg getuigschriften voor verstrekte hulp, die helemaal niet voor mij bedoeld waren maar wel voor een andere collega. Om verduidelijking gevraagd, antwoordde men bij het Riziv: “Wij vergissen ons nooit…” 20 kilo, kun je je dat voorstellen? Ik deed alles elektronisch. Maar ik moest dus die 20 kilo opstapelen tot nadien bleek dat ze zich wél vergist hadden want alles was bestemd voor een andere collega die ervoor betaald had maar niets ontvangen had.”

“Ik ben ook vrijwilliger voor vaccinaties. Al vier keer moest ik papieren invullen, 7/7 en 24/24 ben ik bereid, maar ik ben nog altijd niet opgeroepen. Maar goed, soms lopen er dingen fout.”

Dat een arts zich dan niet realiseert wat een patiënt meemaakt?
“Men realiseert zich dat nooit, sorry. Prof. dr. Sevilay Altintas vermeld ik in mijn boek als voorbeeld van de verandering. Deze oncoloog van het UZA liet zich ontvallen: “Als je 95% kans hebt om te genezen, dan ga je toch niet flauw doen om die 5%. Ik had dat artikel van haar gelezen voor en nadat ik kanker had. Voor ik kanker had, vond ik dat ze gelijk had. Maar als je kanker hebt, dan focus je je op die 5%. Ik ben homo en je hebt ook maar iets van 5% kans om homo te zijn, daar deel ik ook al in de prijzen (lacht). Je bekijkt dat toch wel enigszins anders dan, die 5%. Sevilla doet dat nu trouwens ook nadat ze een ernstige vorm van covid 19 kreeg. iemand die je hand vasthoudt en vraagt hoe het met je gaat: wat dat doet met je! Terwijl ik er vroeger amper bij zou stilgestaan hebben.”

“Iemand als Prof. Piet Hoebeke bedank ik in mijn boek expliciet voor wat hij voor mij betekend heeft, gewoon met zijn betrokkenheid.”

Mond vol tanden
“Ik ben zeer open over mijn situatie en men beseft wel dat men dit anders moet aanpakken. Zo ben ik nu ook uitgenodigd door UZ Leuven om een en ander toe te lichten. Ik verwijt niemand wat. Maar de nazorg na een prostaatkankeroperatie is zo goed als onbestaande. Ik ben toen dus niet droog thuisgeraakt van het ziekenhuis tot bij mij thuis. Ik heb geen enkele raad gekregen. Ik ging naar de apotheek met een voorschrift incontinentiemateriaal. De apotheker vroeg dan hoe groot dat moest zijn, hoe dik, enzovoorts. Ik stond daar met mijn mond vol tanden.”

“Wetenschappelijk heeft mijn boek al heel wat teweeggebracht in ziekenhuiskringen, maar ik vraag me toch af: moet je nu wachten tot 2021 vooraleer je nazorg organiseert voor prostaatpatiënten? Ik ga zelf geen taboe uit de weg. Als ik ergens kwam, zei ik meteen dat ik incontinent was. Sprak ik voor een groep, dan kwam men naderhand in stilte bij mij en bleek men met dezelfde problemen te worstelen. Een man en incontinentie, men durft er amper over te reppen!”

“Kankeren. Een arts wordt patiënt”, dr. Rudy Van Giel
Nederlands 

ISBN 9789463934138 
maart 2021 
192 pagina’s
€ 22,99

 

 

Back To Top