Skip to content

Er zijn verschillende factoren die een verhoogd risico op prostaatkanker geven. Hieronder bespreken we deze factoren.

Is een van de factoren op jou van toepassing? Neem dan contact op met je huisarts en bespreek de mogelijkheid van vroegdiagnostiek met o.a. een PSA-test en/of erfelijkheidsonderzoek.

Verhoogd risico op prostaatkanker

Sommige mannen hebben een grotere kans om prostaatkanker te krijgen. Die kans wordt groter door factoren zoals leeftijd, familiegeschiedenis, etniciteit en erfelijke aanleg.

Leeftijd: vanaf 50 jaar meer risico

Vanaf ongeveer je 50e levensjaar neemt het risico op prostaatkanker toe. Hoe ouder je wordt, hoe groter de kans. Dit geldt voor alle mannen.

Erfelijkheid en prostaatkanker in de familie

Mannen met een vader, broer of andere directe familieleden die prostaatkanker hebben (gehad), lopen een hoger risico. Het risico is groter als:

  • Er meerdere familieleden zijn met prostaatkanker

  • Prostaatkanker in de familie op jonge leeftijd voorkomt (voor het 55e levensjaar)

  • Het gaat om een agressieve vorm van prostaatkanker (Gleason-score 7 of hoger)

Etniciteit speelt ook een rol

Bij mannen van Afrikaanse afkomst, Joodse afkomst of uit de Surinaamse gemeenschap komt prostaatkanker vaker voor. In deze groepen ontstaat de ziekte vaak op jongere leeftijd en is het verloop meestal agressiever.

Erfelijke aanleg (genetische factoren)

Bij ongeveer 5 tot 10% van de mannen met prostaatkanker is er sprake van een erfelijke of familiaire aanleg. Een bekend voorbeeld is de BRCA2-mutatie.

  • Mannen met een BRCA2-mutatie hebben meer dan 2,5 keer zoveel kans op prostaatkanker

  • De ziekte ontstaat vaak op jongere leeftijd

  • De tumor is vaak agressiever en moeilijker te behandelen

Naast BRCA2 zijn er ook andere kiembaanmutaties die het risico verhogen. Erfelijk prostaatkanker komt vooral voor binnen families waarin ook borstkanker, eierstokkanker of alvleesklierkanker voorkomt.

Wanneer is er mogelijk sprake van familiaire aanleg?

Er kan sprake zijn van familiair verhoogd risico als:

  • Minstens 3 familieleden (1e of 2e graad) prostaatkanker met Gleason-score ≥7 hebben

  • 2 familieleden (1e of 2e graad) prostaatkanker met Gleason-score ≥7 hebben, en beiden jonger dan 55 jaar waren bij diagnose

  • Prostaatkanker voorkomt in drie opeenvolgende generaties binnen één familietak

In deze gevallen wordt aangeraden om als eerstegraads familielid regelmatig een PSA-bloedtest te laten doen – bijvoorbeeld eens per twee jaar vanaf 50 jaar.

Wanneer denken aan erfelijke aanleg?

Een verwijzing naar een klinisch geneticus kan zinvol zijn bij:

  • Prostaatkanker (Gleason ≥7) én een familielid met borstkanker vóór 50 jaar

  • Prostaatkanker (Gleason ≥7) én een familielid met eierstokkanker

  • Prostaatkanker (Gleason ≥7) én een familielid met alvleesklierkanker

  • Prostaatkanker (Gleason ≥7) én Joodse afkomst

Let op: het gaat hier om 1e of 2e graads familieleden (zoals ouders, broers/zussen, kinderen, grootouders, ooms/tantes).

Twijfel je of je tot een risicogroep behoort?

Heb je één of meerdere van de bovenstaande kenmerken? Dan is het verstandig om hierover te praten met je huisarts. Als er sprake is van een verhoogd risico, kan een verwijzing naar de klinisch geneticus of een periodieke PSA-test worden overwogen.

Bron: https://kankerindefamilie.nl/kanker-in-de-familie/erfelijke-aanleg-prostaatkanker/heb-ik-erfelijke-aanleg-voor-prostaatkanker/ 

Ga naar de website van Stichting Erfelijke kanker voor meer informatie >>

Aanbeveling vroege opsporing

De Prostaatkankerstichting beveelt huisartsen aan om bij mannen vanaf 45-jarige leeftijd te informeren of er borstkanker of prostaatkanker in de familie voorkomt, in welke mate, op welke leeftijden en met welk verloop.

Wanneer de huisarts mogelijke risicofactoren bij je signaleert moet hij de optie van erfelijkheidsonderzoek met je bespreken. Je kunt ook zelf met je huisarts bespreken of erfelijkheidsonderzoek voor jou van toegevoegde waarde is.

De keuze of je wel of geen erfelijkheidsonderzoek (genetisch onderzoek) wilt laten doen is een persoonlijke keuze. Je maakt zelf een keuze nadat je de voor- en nadelen van dit onderzoek hebt gehoord. Je krijgt hierover uitleg bij de afdeling Klinische Genetica van het ziekenhuis dat het erfelijkheidsonderzoek uitvoert.

Preventief vroegonderzoek

Als uit klinisch genetisch onderzoek blijkt dat je erfelijke aanleg voor prostaatkanker (of borstkanker) hebt, dan is het een optie om preventief tweejaarlijks vroegdiagnostiek door middel van PSA-meting te laten doen.

Geïnformeerde keuze

Het is belangrijk dat je jezelf goed informeert over de voor- en nadelen van vroegdiagnostiek, alvorens je een beslissing neemt. Deze voor- en nadelen kun je met de huisarts bespreken. Je kunt ook gebruik maken van keuze-ondersteunende informatie op Thuisarts.nl en de Keuzehulp ‘Testen op prostaatkanker.

Lees ook een ervaringsverhaal over de impact van genetisch onderzoek in een familie >>

Back To Top