skip to Main Content

In september 2019 ging ik met plasproblemen naar mijn huisarts. Ik moest vaak naar de wc en kon het nog maar ternauwernood ophouden. Een overactieve blaas dacht ik. “Is er een medicijn voor?”, vroeg ik. “Het beste is om uw bloed te laten controleren”, was het antwoord.

Naar de prikpoli dus. Een paar dagen later kreeg ik bericht van mijn huisarts. “De PSA-waarde is te hoog, dat duidt vrijwel zeker op prostaatkanker”. Nu had ik nog nooit van een PSA-waarde gehoord, maar prostaatkanker klonk nogal heftig. “De PSA-waarde is 58”, voegde mijn huisarts er aan toe. “Ik zal een afspraak maken met een uroloog.” Prostaatkanker. Ik ging zoeken op internet. PSA-waarden en ervaringsdeskundigen kwamen op mijn computerscherm voorbij. Beetje ongerust werd ik wel.

Om de hoeveelheid en de frequentie van het plassen in combinatie met drinken te meten moest ik twee dagen een formulier bijhouden. Plasjes en drankjes meten, ik deed dat elke dag braaf. Bij de afspraak in het ziekenhuis bij een uroloog zou ik ook nog een plasmeting krijgen.

In de wachtkamer van het ziekenhuis wachtte ik mijn beurt af. Ik werd gehaald door een man in een witte jas. Hij stelde zich voor, maar dat verstond ik niet goed. De uroloog. Ik nam plaats tegenover hem aan zijn bureau. Hij keek mij aan en vroeg: “Bent u getrouwd, heeft u kinderen?”. Deze vragen had ik niet verwacht. Ik kwam om het formulier af te geven en om de plasmeting te doen. “Heeft uw huisarts nog iets bijzonders tegen u gezegd?”, vroeg hij op spannende toon. “Ja, dat mijn PSA-waarde 58 is”. “Geen 58, maar 5800 is het”, was zijn antwoord. De stoel onder mij zakte voor mijn gevoel even weg. “Waarschijnlijk heb ik het verkeerd verstaan”, zei ik zachtjes. Ik moest een afspraak maken voor een mri-scan en botscan. “Zo snel mogelijk”, hoorde ik hem zeggen. Bij de afspraakbalie maakte ik de afspraken. Een beetje licht onder mijn voeten liep ik het ziekenhuis uit. Prostaatkanker? Ik voelde niets.

Ik ging nadenken. En sprak erover met Maria, mijn vrouw. Ga ik nu de medische molen in terwijl ik niets merk? Ik had een gevoel dat ik overvallen werd door het medische circuit. Ik was negenenzestig en had zelfs nog nooit medicijnen geslikt.

Niet nu

Geen mri-scan of botscan. Niet nu. Dat was uiteindelijk de beslissing. Mijn huisarts had daar begrip voor. Toch had ik het gevoel dat ik de dood in de ogen keek. Je kunt op verschillende manieren doodgaan. Een tegenligger op de verkeerde weghelft en boem, of je gaat lekker slapen en je staat nooit meer op. Je moet toch ergens aan dood gaan. Dat zei de huisarts ook tegen mijn moeder, die aan kanker leed. Ze stierf op haar vijfenzestigste. Ik heb haar in jaren al overleefd, besef ik nu.

Overleven

Ik moet overleven. Zo voelde ik mij na de uitslag prostaatkanker. Even rust. Gewoon doen wat ik altijd deed. Fysiek actief. Paardrijden, met de honden lopen, in de tuin en op het land werken. Het ging goed, bijna een jaar.

Het ging langzaam. Na elke inspanning even uitrusten. Zitten en dan weer verder. Voelde me moe en ik viel af in gewicht. Pijn in de onderrug. Een bloedonderzoek, was het advies van mijn huisarts. Ze belde mij voor de uitslag. “En,” vroeg ik, “wat is de PSA-waarde? Misschien nu wel 10.000”, zei ik semigrappig er achteraan. “21.000”, was het antwoord. Even stil. Ik had inmiddels op internet veel over prostaatkanker gelezen. Maar zo’n hoge PSA-waarde was ik niet tegengekomen. Een wereldrecord? Niet langer over nadenken. Ik had volgens het onderzoek ook ernstige bloedarmoede. Verklaring voor mijn vermoeidheid.

Voor een bloedtransfusie naar het ziekenhuis. De hele dag kijken naar het zakje met bloedplasma. Druppel voor druppel nieuwe energie. Die kwam weer, maar ook verdere onderzoeken. Mri-scan, botscan, biopsie.

Ik kreeg Bicalulatamide voorgeschreven. Dit medicijn zou de kankercellen inkapselen om verdere uitzaaiingen tegen te gaan. Twee weken tabletten, daarna elke drie maanden een injectie met het anti-hormoon medicijn Zoladex.

De PSA-waarde daalde naar 11. Mijn uroloog klonk verheugd door de telefoon, misschien ook wel verrast. “Over drie maanden weer een onderzoek” voegde hij er aan toe. Ik voelde een opluchting.

Goed gevoel

In maart 2021 kreeg ik de derde injectie Zoladex. De PSA-waarde bleef stabiel na de laatste bloedmeting. “In plaats van na drie maanden, na vier maanden een controle”, stelde de uroloog voor. Geruststellend. Toch wil ik niet in dienst staan van mijn PSA-waarde.

Ik voel mij goed ondanks de bijwerkingen van de anti-hormoontherapie. Af en toe een lichte opvlieger, het opkomend buikvet moet ik bedwingen. Paardrijden doe ik bijna elke dag. Met mijn ruin voel ik mij meer verwant dan ooit.

Word vervolgd…

Back To Top