skip to Main Content

Interview prof.dr. I.J. de Jong  

Nieuwe techniek veelbelovend

Samenwerking tussen noordelijke ziekenhuizen zit op de volle breedte van prostaatkankerzorg

Jan Janssens, PKS regiocoördinator Noord-Oost Nederland en de redactie van ‘Nieuws’ spraken met prof. dr. Igle Jan de Jong. Over de samenwerking bij prostaatkankerzorg door ziekenhuizen in het noorden des lands. Bekend onder de naam PCNN, ‘Prostaatkanker Centrum Noord Nederland’. In het weekeinde waarin de Corona-lockdown wordt uitgebreid met een ‘avondklok’, lukt ons gesprek dankzij de online verbinding via Microsoft Teams. Een toepassing die ongetwijfeld op veel gebieden een blijvertje zal blijken. Ook los van de pandemie.

Als we ons onderhoud met deze gedachte openen, stemt prof. De Jong in met zijn ervaring bij internationale congressen. Hij zag de deelname toenemen sinds deze online belegd worden. Een ‘e-health’ toepassing als het video-consult, onder de huidige omstandigheden een pré, zou ook wel eens een sprong kunnen gaan maken.

Feitelijk kan de samenwerking in het PCNN evenzeer als vrucht van het world wide web gelden. In 2016 kreeg die vorm als virtueel MDO. (multidisciplinair overleg) Daarin bespreken de deelnemende ziekenhuizen (zeven locaties) in Groningen, Drenthe en Overijssel (Hardenberg) via een gesloten beeldverbinding wekelijks 25 tot 30 patiënten.[1] Het netwerk werd samen met de Prostaatkankerstichting opgezet.

De beste zorg op maat

Prof. de Jong, in het dagelijks leven werkzaam in het UMC Groningen, benadrukt het belang van de breedte van de samenwerking: ‘Het gaat niet om louter een focus op de prostatectomie maar om alle stadia van prostaatkankerzorg: diagnose, behandeling, nazorg. De beste zorg op maat.’ De Jong: ‘Als bij de diagnose al verschillende interpretaties worden gegeven aan de uitkomsten van scans of metingen, volgen daaruit uiteenlopende behandelkeuzes. Dat wil je voorkomen. Niet alleen onderbehandeling, ook overbehandeling bij laag-risicopatiënten. Dit was een belangrijk motief om de samenwerking te zoeken. Overleg tussen radiologen, urologen en overige disciplines stelt tot vergelijking in staat, waardoor interpretaties, behandelkeuzes en besluitvorming toetsbaar worden. Aan ‘best practices’ maar vooral aan de normen en kwaliteitseisen in Europese richtlijnen.’

De Jong wijst op de vertekening van het beeld van behaalde resultaten indien uitsluitend wordt afgegaan op prostaatoperaties. Destijds gebeurde dat veelal door de aandacht voor de resultaten van het Martinicentrum in Hamburg. ‘Een superconcentratie van uitsluitend prostaatoperaties (‘radicale prostatectomie’/RALP). Men gaat er bovendien veel sneller tot operatie over, ook bij laag-risico patiënten. Voorspelbaar is dan dat resultaten met betrekking tot een ‘schoon’ snijvlak en de post-operatieve ‘kwaliteit van leven’, een zeer gunstig beeld vertonen.’

De Jong wijst op de vertekening van het beeld van behaalde resultaten indien uitsluitend wordt afgegaan op prostaatoperaties. Destijds gebeurde dat veelal door de aandacht voor de resultaten van het Martinicentrum in Hamburg. ‘Een superconcentratie van uitsluitend prostaatoperaties (‘radicale prostatectomie’/RALP). Men gaat er bovendien veel sneller tot operatie over, ook bij laag-risico patiënten. Voorspelbaar is dan dat resultaten met betrekking tot een ‘schoon’ snijvlak en de post-operatieve ‘kwaliteit van leven’, een zeer gunstig beeld vertonen.’

Prof. de Jong benadrukt dat ook in die ziekenhuizen de concentratie zich vooralsnog beperkt tot prostaatoperaties. ‘Je kunt wel zeggen “wij voldoen aan een hoge volumenorm met 500 operaties per jaar”. Maar die worden niet door één operateur gedaan. De vraag moet zijn of de kwaliteit verschilt bij het werken met vijf operateurs onder één dak, of vijf keer één operateur in samenwerkende ziekenhuizen. Daar zijn nog geen antwoorden met cijfers of percentages op. Binnen het PCNN benadrukken wij het belang van samenwerking, niet alleen voor operaties maar voor het hele zorgpad voor prostaatkanker.’

Voor minder dichtbevolkte regio’s lijkt De Jong een samenwerkingsvorm zoals in het PCNN werkbaarder dan de mogelijkheden voor (hyper)concentratie die dichter bevolkte regio’s bieden.

IKNL

Inmiddels is er een kwaliteitsbeoordeling beschikbaar voor het werk van het PCNN. Het IKNL (Integraal Kankercentrum Nederland) heeft twee regiorapportages uitgevoerd vanuit de Nederlandse Kanker Registratie om te toetsen of de doelstellingen van PCNN behaald worden. Over de jaren 2014-2016 werd een nulmeting verricht. In 2020 konden over het jaar 2018 de resultaten van PCNN worden vergeleken met de eerdere 0-meting, met de noordelijke ziekenhuizen en met die van heel Nederland. De Jong: ‘Die uitkomsten waren positief. Binnen PCNN werden de operaties bij laag-risico patiënten terug gebracht van 18% naar circa 11 %. Dat was en is ruim onder de inmiddels uit het ProZIB onderzoek[1] voorgestelde indicator om voor laag risico tumoren active surveillance als 1e keuze te adviseren bij >80% van de patiënten.

Ook zagen we met het netwerk de doorstroom van bioptie naar prostatectomie sterk verbeteren (in 2018 gemiddeld 60 dagen tegen NL 85 dagen). De actuele doorstroom tijd voor de RALP is binnen PCNN nog verder verkort zoals ook te lezen is op de PCNN website’ https://www.prostaatcentrumnoordnederland.nl

SPONN

Sinds 2018 is op initiatief van PCNN een samenwerking met de prostaatnetwerken in Noord-en Oost Nederland tot stand gebracht: Samenwerkende Prostaatkankercentra Oost- en Noord Nederland (SPONN). In dit kwaliteitsnetwerk participeren inmiddels zes regionale prostaatnetwerken uit Friesland (MCL/UZF), Groningen/Drenthe (PCNN, MZH), Overijssel (RON Isala/Gelre/Deventer), Twente (ZGT/MST) en Gelderland (ARTZ Oncologisch Centrum). Ook dit verband legt de nadruk op de breedte van prostaatkankerzorg maar heeft afgelopen jaren wel een focus op de prostaatoperatie gekend met in totaal 713 uitgevoerde RALP operaties in SPONN-verband in 2019 en 676 in 2020.

De resultaten van de samenwerking worden nog niet op noemer van SPONN naar buiten gebracht. Elk deelnemend centrum publiceert behandelresultaten via de eigen websites. Daarnaast zijn er twee ziekenhuizen die naast de SPONN ook aan Santeon zijn verbonden en hun resultaten ook in dat verband rapporteren.

De Jong: ‘Samenwerking is niet vrijblijvend. Als nieuwe vindingen en toepassingen verdergaande specialisatie vergen, kan het nodig zijn die te concentreren om behandelvolume te creëren. Dat betekent dat deelnemers aspecten van de zorgverlening kwijt kunnen raken. Diagnostiek en nazorg blijft wel zoveel mogelijk bij het oorspronkelijke ziekenhuis van de patiënt.’ Ook het UMCG heeft volgens De Jong zo’n keuze gemaakt om één aspect van prostaatkankerzorg, namelijk de RALP, af te stoten. Daar kwam een concentratie van zorg ten aanzien van blaaskanker voor terug.

Nieuwe Technieken en studies

Opeenvolgende technische vernieuwingen vereisen eveneens dat hoog-specialistische zorg voortdurend streeft naar eenduidige kwaliteitsnormen. Een voorbeeld is standaardisatie bij de beoordeling van de beelden die de PSMA-PET/CT-scan sinds 2015 oplevert. Platforms als PCNN en SPONN bieden de mogelijkheden om die standaard te ontwikkelen. Ook kan snel worden ingehaakt op deelname aan nieuwe studies. Een voorbeeld is de ADOPT-studie van onderzoeksleider dr. Aluwini waaraan prof. De Jong verbonden is. (zie ‘Nieuws 37’). Voor toekomstig onderzoek kan volgens prof. De Jong worden gedacht aan de in het UMCG te ontwikkelen beeldgestuurde salvage cryoablatie, een techniek die met de toepassing van MRI-ECHO fusie tot een gerichte behandeling kan leiden (regionale of focale ablatie). Hiermee richt het UMCG zich meer op nieuwe behandelingsstrategieën voor recidief prostaatkanker na RALP en/of radiotherapie.

Slot

Jan Janssens benadrukt tot besluit vanuit patiëntperspectief de noodzaak om rekening te houden met verschillen in populatie-dichtheid en het belang van keuzemogelijkheid. ‘De patiënt moet de beoordeling van behandelopties in de volle breedte kunnen maken.’

Noot 1: [1] We berichtten hierover laatstelijk in ‘Nieuws 28’, september 2018

Noot 2: [1] ProZIB (Prostaatkanker Zorg In Beeld) is een van 2014-2019 door KWF Kankerbestrijding gefinancierd onderzoeksproject met als doel de kwaliteit van prostaatkankerzorg te evalueren en te verbeteren. https://iknl.nl/getmedia/4056a764-332f-4eed-929e-6e34d320b2c0/Publiekssamenvatting-ProZIB-feb-2020.pdf

Streamer 1

‘Het gaat niet om louter een focus op de prostatectomie maar om alle stadia van prostaatkankerzorg’

Streamer 2

‘Wij voldoen aan een hoge volumenorm met 500 operaties per jaar’

Streamer 3

Binnen PCNN werden de operaties bij laag-risico patiënten terug gebracht van 18% naar circa 11 %

Back To Top