Content voor Ingelogde Gebruikers

Vanaf de leeftijd van 50 jaar hebben mannen een verhoogd risico op prostaatkanker. De Prostaatkankerstichting vindt het belangrijk dat iedere man vanaf 50-jarige leeftijd hiervan op de hoogte is en ook weet dat vroegonderzoek door de huisarts mogelijk is. Lees onze standpunten over vroegonderzoek en expertdiagnostiek >>

Er zijn verschillende onderzoeken nodig om te kunnen bepalen of er sprake is van prostaatkanker. En of er uitzaaiingen zijn.

De eerste onderzoeken beginnen bij de huisarts. Vermoedt de huisarts dat er sprake kan zijn van prostaatkanker? Dan vinden er verdere onderzoeken in het ziekenhuis plaats, meestal door een uroloog. Dit is een arts gespecialiseerd in ziektes aan de urinewegen en de geslachtsorganen van de man.

De belangrijkste onderzoeken bij prostaatkanker staan hieronder genoemd. Niet alle onderzoeken zijn altijd nodig.

PSA-test

De PSA-test laat zien hoeveel PSA er in het bloed zit. De prostaat maakt PSA aan. Een PSA-waarde onder de 3 is normaal. Is het PSA hoger dan 3, dan kan dat verschillende oorzaken hebben, zoals leeftijd, een goedaardige afwijking in de prostaat, of prostaatkanker.

Een PSA-test geeft dus geen zekerheid of er wel of geen prostaatkanker is. Een hoog PSA kán betekenen dat er kanker in de prostaat zit, maar kan ook andere oorzaken hebben.

Lees hier onze visie op PSA-testen.

Rectaal onderzoek

Bij een rectaal onderzoekt bevoelt de arts de prostaat via het rectum (de endeldarm). Via de anus brengt de arts een vinger tot in de endeldarm. De arts gaat na of de prostaat anders aanvoelt. Als dat het geval is, is verder onderzoek nodig. Het onderzoek duurt meestal maar kort. Het kan een vervelend gevoel geven, maar is meestal niet pijnlijk.

Echografie

Echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Deze golven zijn niet hoorbaar. De weerkaatsing (echo) van de golven maakt organen en weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Met een echografie kan de arts een tumor in de prostaat zien. Voor een onderzoek naar prostaatkanker is de echografie inwendig. De arts brengt de echosonde via de anus in de endeldarm, tot vlakbij de prostaat. Ook de echografie kan een vervelend gevoel geven.

MRI-scan

Een MRI-scan werkt met een magneetveld, radiogolven en een computer. Het scan-apparaat maakt foto’s van de prostaat. Zo kan de arts een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien. Tijdens dit onderzoek ligt de patiënt in een soort koker of tunnel. Sommige mensen vinden dit benauwend. Het apparaat maakt veel lawaai. Een koptelefoon met muziek kan helpen.

Biopsie

Als op de echografie of MRI-scan een afwijking te zien is, volgt een biopsie om te zien of het om kanker gaat. Bij de biopsie haalt de arts weefsel weg uit de prostaat. Een ander woord voor een stukje weefsel is een biopt. Meestal neemt de arts een aantal biopten uit de prostaat. De patholoog onderzoekt de biopten in het laboratorium. Hij of zij kan dan vaststellen of de afwijking kanker is, of niet.

PET-CT-scan

Een PET-CT-scan is een gecombineerd onderzoek. In één keer vindt een PET-scan en een CT-scan plaats. Op een PET-scan kan de arts kankercellen onderscheiden van gewone cellen. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Met een PET-CT-scan is daarom goed te zien waar in het lichaam de kankercellen precies zitten.

Bij prostaatkanker is er een speciaal contrastmiddel voor de PET-CT-scan. Het contrastmiddel heet PSMA en hecht zich alleen aan de kwaadaardige cellen van de prostaat.

Eerst krijgt de patiënt een licht radioactieve vloeistof in een bloedvat ingespoten en moet daarna een tijdje stil liggen in een aparte kamer. Wanneer de kankercellen genoeg radioactieve stof hebben opgenomen, kan de scan gemaakt worden. Het apparaat heeft een ronde opening waar de patiënt op een tafel een paar keer doorheen schuift. De scanner maakt foto’s vanuit alle hoeken.

Botscan

Een botscan is een onderzoek dat de botten zichtbaar maakt. Zo kan de arts zien of er uitzaaiingen in de botten zitten. Een andere naam voor botscan is skeletscintigrafie. Voor het onderzoek spuit de arts een licht radioactieve stof in. De stof wordt ingespoten in een bloedvat in de arm en is na 2 dagen helemaal uit het lichaam verdwenen.

De radioactieve stof maakt de botten en afwijkingen in de botten zichtbaar. Het duurt een tijdje voor de stof in de botten zit: 3 tot 4 uur. Daarna maakt de arts de foto’s. De patiënt ligt op een onderzoekstafel. De tafel beweegt langzaam tussen twee camera’s door.

Lees verder via kanker.nl/prostaatkanker

De diagnose prostaatkanker

Naar aanleiding van de uitslagen van de onderzoeken is er een gesprek met de arts. Als het om prostaatkanker blijkt te gaan, zal de arts meer uitleggen over de tumor. Bijvoorbeeld hoe uitgebreid de kanker is (het stadium) en of de kanker is uitgezaaid.

Het is belangrijk om iemand mee te nemen naar dit gesprek. Twee horen meer dan één. Ook kan het handig zijn om het gesprek op te nemen. Dan is later terug te luisteren wat de arts heeft gezegd. Overleg dit van tevoren altijd even met de arts. In het gesprek stelt de arts een behandeling voor. Het is tegenwoordig heel gewoon om mee te beslissen over de behandeling.

Deze drie vragen kunnen helpen tijdens het gesprek:

  • Wat zijn mijn mogelijkheden?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van deze mogelijkheden?
  • Wat betekent dat voor mijn situatie?

Lees verder via kanker.nl/prostaatkanker

Film prostaatkankerzorg

Het St. Antoniusziekenhuis heeft, met medewerking van een vrijwilliger van de Prostaatkankerstichting, een uitgebreide video gemaakt over de 4 fases zien die u als patiënt doorloopt bij (verdenking van) prostaatkanker: verwijzing, onderzoek & diagnose, behandeling en nazorg. De film is in zijn geheel te bekijken (18 minuten), maar u kunt ook iedere fase afzonderlijk bekijken via het keuzemenu dat u in de film ziet. De film is ook interessant als voorbereiding wanneer u naar ander ziekenhuis gaat.

Film ST Antonius

Wilt u meer informatie?

Download een van onze folders. Of wilt u het graag op papier hebben? Dat kan ook!

Scroll naar boven